U bent hier

Onderneming & Fiscus
…
Heffing box 3 verlagen met voorlopige aanslag

Heffing box 3 verlagen met voorlopige aanslag

Een belastingplichtige die dit jaar nog op tijd een voorlopige aanslag voor de inkomstenbelasting aanvraagt, kan mogelijk heffing besparen in box 3. Het bedrag van de aanslag telt dan namelijk mee als schuld in box 3. Dit geldt ook als de aanslag nog niet is betaald voor het eind van het jaar.

Belastingschulden tellen in principe niet mee als schulden in box 3 van de inkomstenbelasting. Maar belastingplichtigen kunnen wel gebruikmaken van uitzonderingen om toch de grondslag voor de heffing in box 3 te verlagen.

Banksaldo daalt door betaling

Eén van die uitzonderingen geldt als de belastingplichtige uiterlijk 8 weken vóór het eind van het jaar een voorlopige aanslag (verdiepingsartikel) heeft aangevraagd om de belastingschuld in dat jaar te betalen. Als de belastingplichtige de aanslag betaalt uit de banktegoeden, verlaagt dat de grondslag voor de heffing in box 3. Die grondslag stelt de Belastingdienst op 1 januari vast. Een soortgelijke regeling geldt voor de aangifte schenkbelasting. Terugtellend is 4 november de uiterste dag om de aanvraag nog 8 weken vóór het eind van het jaar in te dienen bij de Belastingdienst. De aanvraag loopt via de online portal Mijn Belastingdienst, via de fiscaal adviseur of door een papieren aanvraagformulier op te vragen bij de BelastingTelefoon.

Goedkeuring staatssecretaris

Het kan gebeuren dat de inspecteur langer tijd nodig heeft om de aanslag op te leggen, waardoor de belastingplichtige de aanslag redelijkerwijs niet meer voor het eind van het jaar kan betalen. Dan zou diegene dus de kans missen om de grondslag te verlagen. Voor dat soort situaties geldt er een goedkeuring van de staatssecretaris van Financiën. Als de voorlopige aanslag op tijd is aangevraagd, mag de belastingplichtige het bedrag van de aanslag tóch in mindering brengen op het saldo van de banktegoeden voor box 3. Ook al is die aanslag dus nog niet betaald. Deze goedkeuring is onlangs nog bevestigd in de actualisering van het beleidsbesluit voor box 3.

Opletten met schuiven met vermogen!

Het is overigens op dit moment wél opletten met de regels rond zogeheten peildatumarbitrage in box 3. Dit wil zeggen dat belastingplichtigen even tijdelijk schuiven met hun vermogen, zodat het in een lager heffingstarief valt. Bij de controle op arbitrage kijkt de Belastingdienst naar een aaneengesloten periode van drie maanden vóór en na de peildatum van 1 januari, dus vanaf 1 oktober tot en met 31 maart. Bij een omzetting van beleggingen naar spaargeld op pakweg 5 december, waarbij dat spaargeld op 2 januari weer belegd wordt, slaat de fiscus dit geld dus gewoon aan als een belegging.