U bent hier

Onderneming & Fiscus
…
Schulden van de bv overnemen: privébelang of niet?

Schulden van de bv overnemen: privébelang of niet?

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die geld in de eigen bv steekt, kan daar in sommige gevallen fiscaal voordeel van hebben. Maar niet elke financiële steun aan de bv telt als een kapitaalstorting. Hierbij speelt namelijk de reden waarom de dga geld beschikbaar stelt, een belangrijke rol. De vraag hierbij is volgens de rechter of de dga alleen helpt om vooral de eigen bv vooruit te helpen, of staat er een privébelang voorop?

Van een informele kapitaalstorting kan sprake zijn als een aandeelhouder de bv bevoordeelt zonder daarvoor nieuwe aandelen uit te geven. Zo’n storting kan de verkrijgingsprijs van de aandelen verhogen. Dat is bijvoorbeeld van belang als de dga later verlies lijdt op zijn aanmerkelijk belang. De Belastingdienst en de rechter (zie hieronder) kijken daarbij wel of de bevoordeling verband houdt met het aandeelhouderschap.

Schulden aan kinderen overnemen

In deze zaak ging het om een dga die enig aandeelhouder was van een vastgoed-bv die jarenlang procedeerde over een vastgoedportefeuille. Toen het geld opraakte, sprongen zijn 3 kinderen in 2011 en 2012 bij met leningen om de procedure te financieren. In 2015 vestigde de dga pandrechten op huurinkomsten ten gunste van twee kinderen. Nadat de bv de procedure verloor, bleef er vrijwel geen vermogen over. Vlak voor de liquidatie in 2019 nam de dga de schulden aan zijn kinderen van in totaal € 114.635 over. De vorderingen die hij daardoor op de bv kreeg, schold hij vervolgens kwijt. Hij wilde daarmee zijn verkrijgingsprijs van de aandelen verhogen en zo zijn verlies uit aanmerkelijk belang vergroten. De inspecteur ging hier niet in mee.

Pandrechten verhogen verkrijgingsprijs niet

Hof ’s-Hertogenbosch zag daarvoor echter onvoldoende grond. De pandrechten boden de kinderen destijds nauwelijks zekerheid, omdat de huurinkomsten al in beslag waren genomen. Ook was niet aangetoond dat de kinderen zonder die zekerheid hun geld zouden hebben teruggevraagd en dat de bv daardoor failliet zou zijn gegaan. De pandrechten waren daarom geen informele kapitaalstorting en voldoende verband met het belang van de bv ontbrak.

Privébelang staat voorop bij kwijtschelding

Ook bij de schuldoverneming stond volgens het hof niet het belang van de bv voorop. De onderneming had de rechtszaak al verloren en de vorderingen van de kinderen waren praktisch niets meer waard. Volgens het hof was het vooral de bedoeling van de dga om zijn kinderen niet met de schade te laten zitten. Ook het voorkomen van reputatieschade bij zijn eigen financiers was een privébelang. De dga kon het bedrag evenmin aftrekken als verlies uit overige werkzaamheden of terbeschikkingstelling. Zijn hoger beroep was dus ongegrond.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 september 2026, ECLI (verkort): 2348