Bestuurder wint van OR: werknemers terug naar kantoor
Werknemers van Booking.com werkten in principe 100% op kantoor. Door de coronacrisis veranderde dat naar thuiswerken. De bestuurder wilde dat werknemers weer minstens 40% van hun werktijd op kantoor waren. De ondernemingsraad (OR) weigerde hiermee in te stemmen, maar de rechter gaf vervangende toestemming.
Tijdens de coronacrisis besloot de overheid tot een lockdown, waardoor ook de werknemers van Booking.com thuis moesten werken. Aan het einde van de coronacrisis wilde Booking eigenlijk terug naar het oorspronkelijke beleid, maar onderzocht ook of hybride werken (artikel) een optie was.
Wijziging beleid naar hybride werken
Met instemming van de OR start de bestuurder een pilot met hybride werken. Na afloop daarvan ging de OR akkoord met een wijziging van het oorspronkelijke beleid. De wijziging hield in dat de bestuurder de werknemers zou aanmoedigen om ten minste 40% van hun werktijd op kantoor aanwezig te zijn. Deze 40% was dus niet verplicht, maar vrijwillig. In de jaren daarna bleek dat slechts 27% van het personeel minimaal 40% op kantoor werkte. De bestuurder wilde daarom het vrijwillige aspect uit de regeling halen en de 40% aanwezigheid verplicht stellen.
OR verleent geen instemming
De OR gaf geen instemming voor dit voorstel. De meeste werknemers zagen het niet zitten om weer naar kantoor te moeten. De OR vond de doelstellingen die de bestuurder wilde bereiken onvoldoende concreet, de noodzaak voor het nieuwe beleid ontbrak en er waren geen (door de OR aangedragen) minder vergaande alternatieven serieus onderzocht. De nadelen voor de werknemers wogen volgens de OR niet op tegen de voordelen voor Booking. Ook vond de OR dat de bestuurder te weinig had gedaan om werknemers te motiveren op vrijwillige basis naar kantoor te komen.
Rechter verleent vervangende toestemming
Na het vastlopen van de onderhandelingen om alsnog tot een akkoord te komen, stapte de bestuurder naar de rechter. Hij vroeg de rechter om vervangende toestemming (artikel) te geven. Dit beroepsrecht is geregeld in artikel 27, lid 4 WOR. De rechter mag alleen vervangende toestemming geven, als het weigeren van instemming door de ondernemingsraad onredelijk is of de ondernemer zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen heeft. De rechter oordeelde in deze zaak dat de bestuurder zonder twijfel een redelijk belang had om de werknemers ten minste 40% van hun werktijd op kantoor te laten komen.
Positieve gevolgen zijn aannemelijk
Het was volgens de rechter aannemelijk dat het met enige regelmaat fysiek samenzijn van werknemers bijdraagt aan betere samenwerking, effectievere afstemming en meer onderling vertrouwen. Dit kan bijdragen aan het beter inwerken van nieuwe werknemers, onderling sneller schakelen, elkaar inspireren bij de nadere uitwerking van ideeën en een constructieve(re) opstelling ten aanzien van de ideeën van anderen. Hoewel hier geen hard wetenschappelijk bewijs voor is, is dit een breed gedeelde aanname, zo oordeelde de rechter. Met een verplichte aanwezigheid van 40% van de werktijd worden de werknemers volgens de rechter bepaald niet overvraagd.
Rechtbank Amsterdam, 28 oktober 2026, ECLI (verkort): 10590