Hogere AOW-leeftijd niet in strijd met de wet
De rechtbank in Amsterdam heeft zich uitgesproken over de rechtsgeldigheid van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar. De verhoging is volgens de rechter toegestaan, omdat hij noodzakelijk is om de kosten van het pensioenstelsel betaalbaar te houden.
De Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd is per 1 januari 2013 in werking getreden. Hierdoor gaat de AOW-leeftijd de komende jaren stapsgewijs omhoog. Vanwege deze verhoging had een AOW-gerechtigde man een rechtszaak aangespannen tegen de Nederlandse overheid. Hij gaf aan dat hij er steeds van uitgegaan was dat hij vanaf zijn 65e zijn AOW-uitkering zou krijgen. Doordat de AOW-leeftijd vorig jaar met een maand verhoogd werd, kreeg hij zijn uitkering een maand later. De man vond dat hij hier financieel nadeel van had ondervonden en spande een rechtszaak aan tegen de Nederlandse overheid.
Wetswijziging om pensioenstelsel betaalbaar te houden
De rechtbank oordeelde dat de verhoging van de AOW-leeftijd noodzakelijk was om het pensioenstelsel betaalbaar te houden. Door de toenemende vergrijzing neemt het aandeel 65-plussers de komende jaren immers alleen maar toe. De overheid had dus een legitiem doel om de wet te wijzigen. Dat de AOW-leeftijd al geruime tijd 65 jaar was, betekende niet dat de overheid deze wet niet meer mocht veranderen. De overheid is immers bevoegd om wetten te wijzigen.
Rechtbank Amsterdam, 9 april 2014, ECLI (verkort): 1782