U bent hier

Personeel & Arbo
Pensioenakkoord betekent einde voor jeugd-LIV

Pensioenakkoord betekent einde voor jeugd-LIV

Het principeakkoord dat het kabinet, de werkgeversorganisaties en de vakbonden hebben gesloten over de hervorming van het pensioenstelsel betekent het einde van het lage-inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV). Dat kan werkgevers duizenden euro’s per werknemer per jaar gaan kosten.

De maatregelen uit het pensioenakkoord kosten geld. Eén van de kostbaarste maatregelen is die voor duurzame inzetbaarheid: het afremmen van de stijging van de AOW-leeftijd. Deze alleen al zorgt voor een kostenpost van enkele miljarden euro’s. De overheid wil hier onder meer budget voor vrijmaken door het jeugd-LIV de nek om te draaien en het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor volwassen werknemers te beperken. Dat moet ongeveer € 200 miljoen opleveren. Hoe deze wijzigingen er precies uit gaan zien, is nog onduidelijk.  In de Kamerbrief (pdf) staat alleen dat het hoge tarief voor het LIV van € 1,01 per verloond uur verlaagd zal worden.

Onderzoek naar effectiviteit

In de brief staat ook dat werkgevers in overleg met het kabinet gaan onderzoeken of alle instrumenten uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) effectiever ingezet kunnen worden. Dat gaat dus niet alleen om het LIV en jeugd-LIV, maar ook om de loonkostenvoordelen (LKV’s). De beoogde bezuiniging van € 200 miljoen komt daarmee niet te vervallen, maar mogelijk kunnen de gelden die wel beschikbaar blijven, op een andere manier ingezet worden.

Huidige eisen op een rij

Op dit moment krijgen werkgevers nog jeugd-LIV voor alle werknemers die voldoen aan deze drie voorwaarden:

  • De werknemer was op 31 december van het afgelopen jaar 18, 19, of 20 jaar.
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer verdient gemiddeld een uurloon dat past bij zijn leeftijd en valt dus binnen de uurloongrenzen.

Voor het gewone LIV geldt de leeftijdsgrens niet, maar moeten werknemers wel minimaal 1.248 verloonde uren bij de organisatie hebben per kalenderjaar.