U bent hier

OR & Medezeggenschap
Ook minstens 60 OR-uren per jaar voor parttimers

Ook minstens 60 OR-uren per jaar voor parttimers

Een werknemer die zitting neemt in de ondernemingsraad (OR), moet altijd minstens 60 uur per jaar kunnen besteden aan zijn medezeggenschapswerk. Daar komen de vergadertijd en scholingsdagen nog bovenop.

In artikel 18, lid 3 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat dat een OR-lid minimaal 60 uren per jaar mag besteden aan onderling beraad en overleg met andere personen ten behoeve van de medezeggenschap. Dit geldt zowel voor OR-leden als voor leden van een OR-commissie (verdiepingsartikel). In sommige cao’s is een hoger aantal uren vastgesteld. De ondergrens van 60 uur geldt zowel voor fulltimers als voor werknemers die in deeltijd werken. 

Werkgever moet OR-leden in staat stellen OR-werk te doen

Elke werknemer met een arbeidsovereenkomst kan zitting nemen in de OR en krijgt dan evenveel tijd om zich in het OR-werk te verdiepen. Ook een werknemer met een tijdelijk contract voor 1 dag per week kan zich dus verkiesbaar stellen voor de OR. Dit kan betekenen dat hij net zo veel tijd aan zijn OR-taken besteedt als aan het reguliere werk waarvoor hij was aangenomen. Daar moet de werkgever dan een oplossing voor zien te vinden, bijvoorbeeld door de werklast te herverdelen.

Vergadertijd OR niet inbegrepen in 60 uur

Bij het minimumaantal van 60 OR-uren per jaar is de vergadertijd niet inbegrepen. Die komt dus nog bovenop die 60 uur. De WOR geeft geen grenzen aan voor het aantal OR-vergaderingen en hoelang die mogen duren. Uit artikel 24, lid 1 WOR valt af te leiden dat er minimaal twee maal per jaar een overlegvergadering over de algemene gang van zaken (verdiepingsartikel) moet plaatsvinden. Ook elke advies- of instemmingsaanvraag (verdiepingsartikel) van de bestuurder moet in minimaal één overlegvergadering ter tafel komen, voordat de OR er een knoop over doorhakt.

Recht op vijf scholingsdagen per jaar naast OR-uren

Daarnaast hebben OR-leden ook nog recht op scholingsuren (verdiepingsartikel). Volgens artikel 18, lid 2 WOR hebben OR-leden recht op minimaal 5 scholingsdagen per jaar en commissieleden op minimaal 3 scholingsdagen per jaar. OR-leden die ook in een OR-commissie zitten, hebben dus recht op minstens 8 dagen scholing. Beginnende OR-leden kunnen in het eerste jaar meer behoefte hebben aan trainingen en cursussen. Daarom wordt het scholingsrecht in de praktijk ook wel over de hele zittingstermijn berekend. Onervaren OR-leden kunnen dan in het begin meer scholingsdagen per jaar gebruiken en in de volgende zittingsjaren wat minder.