U bent hier

OR & Medezeggenschap
Meningsverschil over tekst in pensioenontslagbeding

Meningsverschil over tekst in pensioenontslagbeding

Een werkneemster wilde na het bereiken van de AOW-leeftijd blijven werken, maar haar werkgever wilde de arbeidsovereenkomst beëindigen. Het leidde tot een rechtszaak over de uitleg van het begrip pensioengerechtigde leeftijd in het pensioenontslagbeding.

Om misverstanden te voorkomen, is het belangrijk om een begrip in een beding in de arbeidsovereenkomst zorgvuldig te definiëren. Dit bleek onlangs ook in een zaak bij het gerechtshof in Amsterdam. Een werkneemster van een groot accountantskantoor bereikte in mei 2018 de AOW-gerechtigde leeftijd, toen 66 jaar. Haar werkgever wilde de arbeidsovereenkomst beëindigen op basis van het pensioenontslagbeding (tool) in de arbeidsovereenkomst. Hierin stond dat ‘het dienstverband van rechtswege eindigt op […] de datum waarop werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt’. De werkneemster stemde hier niet mee in. Volgens haar sloot het begrip ‘pensioengerechtigde leeftijd’ aan bij de pensioendatum in het pensioenreglement van het bedrijf. Deze werd omschreven als ‘de eerste dag van de maand waarop u de 68-jarige leeftijd bereikt’.

Niet alleen naar taalkundige betekenis kijken

In een kort geding vorderde de werkneemster toelating tot het werk en loondoorbetaling. De kantonrechter wees deze vorderingen af. Hierop ging de werkneemster in hoger beroep. Het verweer van de werkgever was dat de partijen in het pensioenontslagbeding wilden aansluiten bij de AOW-leeftijd en niet bij de pensioendatum in het pensioenreglement. Het hof gaf aan dat het pensioenontslagbeding moest worden uitgelegd aan de hand van het zogeheten ‘Haviltex’-criterium. Dit houdt in dat bij de uitleg van het beding niet alleen gekeken moet worden naar de taalkundige betekenis van de tekst van het beding, maar ook naar de betekenis die partijen onder de omstandigheden redelijkerwijs aan het beding mogen toekennen.

Pensioengerechtigde leeftijd onafhankelijk van wil van partijen

Het hof stelde op basis van het pensioenontslagbeding vast dat het de bedoeling van de partijen was geweest dat het einde van de arbeidsovereenkomst niet afhankelijk zou zijn van de ‘wil van één van de partijen’, maar van een objectief vast te stellen leeftijd. De AOW-leeftijd wordt wettelijk vastgesteld en kan niet worden beïnvloed door de werkgever of werknemer. De bewoordingen van het pensioenontslagbeding kwamen hiermee overeen volgens het hof. In het pensioenreglement stond dat de deelnemer aan de pensioenregeling eerder of later (gedeeltelijk) met pensioen kon gaan, voor zover de fiscale regelgeving dit toestond. Het gaat hier om de zogeheten pensioenrichtleeftijd, niet om de pensioengerechtige leeftijd in het pensioenontslagbeding. Met de pensioengerechtigde leeftijd in het beding werd dus de AOW-leeftijd bedoeld.
Gerechtshof Amsterdam, 24 november 2020, ECLI (verkort): 3239

Voor meer informatie over het pensioenontslagbeding kunt u gebruikmaken van de toolbox ‘Stel goede bedingen voor het arbeidscontract op’. Hierin vindt u ook veel informatie over andere bepalingen, zoals het concurrentiebeding, geheimhoudingsbeding en proeftijdbeding.