U bent hier

OR & Medezeggenschap
Preventiemedewerker aanwijzen met instemming OR

Preventiemedewerker aanwijzen met instemming OR

Niet alleen de werkgever of arbocoördinator bepaalt wie de nieuwe preventiemedewerker wordt, daar moet de ondernemingsraad (OR) ook over mee kunnen beslissen. Die heeft een flinke vinger in de pap.

De OR of personeelsvertegenwoordiging (PVT) heeft instemmingsrecht over de aanstelling, de rol, de positie in de organisatie en het takenpakket van de preventiemedewerker. Het is dus zaak om de OR of PVT vroegtijdig te betrekken bij plannen om nieuwe preventiemedewerkers aan te stellen. De OR kan zich voorbereiden door de volgende vragen te stellen:

  • Wat zijn de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de preventiemedewerker(s)?
  • Hoe deskundig moet de preventiemedewerker zijn, en welke vaardigheden moet hij hebben?
  • Welke vorm krijgt de samenwerking met de OR?
  • Wie is de juiste persoon?
  • Maar vooral ook: welke positie in de organisatie neemt de preventiemedewerker in?

Sterkere positie preventiemedewerker

Het loont de moeite als de OR zich goed voorbereid op de keuze van de preventiemedewerker (tool). Die heeft immers een sterkere positie gekregen. De preventiemedewerker heeft de bevoegdheid om met de arbodienstverleners zoals de arbodienst en de bedrijfsarts te overleggen en samen te werken en een inspecteur van Inspectie SZW te begeleiden tijdens een inspectie. Samen optrekken met de OR is dus belangrijk en goed voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers.   

Samenwerken goed voor veiligheid

Deze sterkere positie heeft natuurlijk ook voordelen. De organisatie profiteert als de OR en de preventiemedewerker goed samen kunnen werken. Als dat om een bepaalde reden niet goed verloopt, kan de raad daarover aan de bel trekken. Samenwerking is dus niet vrijblijvend maar nodig om elkaars positie te versterken. Bovendien is een  goede samenwerking bevorderlijk voor gezonde en veilige werkomstandigheden.