U bent hier

Onderneming & Arbo
Verlofvormen uit de WAZO met een uitkering van UWV

Verlofvormen uit de WAZO met een uitkering van UWV

In de Wet arbeid en zorg zijn diverse verlofvormen vastgelegd die het combineren van werk en zorgtaken voor werknemers eenvoudiger moeten maken. Bij sommige krijgt de werknemer een (gedeeltelijke) uitkering van UWV. De hoogte van de uitkering verschilt per vorm.

Een zwangere werkneemster heeft rond haar bevalling recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof (tool) én een uitkering van UWV ter hoogte van 100% van het dagloon. Ook werknemers die een adoptie- of pleegkind in huis nemen, hebben gedurende maximaal zes weken recht op een uitkering ter hoogte van 100%. De werkgever vraagt de uitkering aan en ontvangt deze tijdens het verlof. Gedurende het verlof betaalt de werkgever het loon van de werknemer gewoon door.

70% van het dagloon

Werknemers van wie de partner is bevallen, hebben recht op betaald geboorteverlof van maximaal één keer de arbeidsduur per week. De regeling is sinds vorig jaar uitgebreid met het aanvullend geboorteverlof (artikel). Tijdens het geboorteverlof houdt de werknemer zijn recht op loon. Tijdens het aanvullend geboorteverlof verstrekt UWV een uitkering van 70% van het dagloon van de werknemer, maar niet meer dan 70% van het maximumdagloon. Wel kunnen in de cao afspraken zijn gemaakt dat de werkgever de uitkering aanvult tot een hoger percentage. Werkgevers kunnen hierover ook een individuele regeling treffen met de werknemer, als de cao dit toelaat.

50% van het dagloon

Iedere werknemer heeft het recht om ouderschapsverlof op te nemen voor ieder eigen, adoptie-, stief- of pleegkind dat bij de werknemer woont en nog geen acht jaar is. Tenzij in de cao of arbeidsvoorwaardenregeling afwijkende afspraken staan voor (gedeeltelijke) loondoorbetaling, is ouderschapsverlof in principe onbetaald. Wel is het vanaf 2 augustus 2022 naar verwachting mogelijk een uitkering te ontvangen voor 9 van de 26 weken. Het wetsvoorstel dat dit regelt ligt op dit moment bij de Eerste Kamer. De uitkering is wel beperkt, namelijk 50% van het dagloon van de werknemer, maar maximaal 50% van het maximumdagloon.