U bent hier

OR & Medezeggenschap
Initiatiefrecht (artikel 23 WOR) vergroot invloed OR

Initiatiefrecht (artikel 23 WOR) vergroot invloed OR

De ondernemingsraad (OR) kan de bestuurder tijdens, maar ook buiten de overlegvergadering om concrete voorstellen doen. Dit initiatiefrecht is vastgelegd in artikel 23 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Dankzij het initiatiefrecht kan de OR zijn invloed aanzienlijk vergroten.

De wetgever beschouwt de OR en bestuurder als gelijkwaardige overlegpartners. Zo stelt de Wet op de ondernemingsraden (WOR) dat zowel de bestuurder als de OR agenda­punten voor de overlegvergadering kunnen aandragen. Tijdens dit overleg kan de OR de bestuurder voorstellen doen (artikel 23, lid 2 WOR), maar de OR kan ook buiten het overleg bij de bestuurder een concreet voorstel indienen (artikel). Door gebruik te maken van dit initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) kan de OR veel meer invloed uitoefenen op het beleid.

OR kan initiatiefrecht goed gebruiken voor zijn stimulerende taken

Dankzij het initiatiefrecht kan de OR de bestuurder ongevraagd adviseren over alle zaken in de organisatie die de OR van belang vindt, dus ook over onderwerpen die niet onder het adviesrecht (artikel 25 WOR) of instemmingsrecht (artikel 27 WOR) vallen. De OR kan zijn initiatiefrecht bijvoorbeeld inzetten om bij de bestuurder een verbetervoorstel in te dienen voor de zaken waarbij de OR een stimulerende taak heeft (artikel 28 WOR), zoals de naleving van de regels voor de arbeidsomstandigheden, het tegengaan van discriminatie of de zorg voor het milieu.

Bestuurder moet initiatiefvoorstel minimaal één keer met OR bespreken

De OR moet zo’n initiatiefvoorstel schriftelijk indienen én voorzien van een motivatie. Het gaat namelijk niet alleen om wát de OR voorstelt, maar ook om het waaróm. Zo’n initiatiefvoorstel gaat in eerste instantie dus buiten de overlegvergadering om, maar de bestuurder is vervolgens wel verplicht om het voorstel minimaal één keer met de OR te bespreken tijdens een overlegvergadering. Hierna moet de bestuurder de OR zo snel mogelijk schriftelijk én onderbouwd informeren over zijn besluit.