U bent hier

OR & Medezeggenschap
Kritische OR-vragen bij voorgenomen cameratoezicht

Kritische OR-vragen bij voorgenomen cameratoezicht

Steeds meer werkgevers houden hun werknemers in de gaten via cameratoezicht en luisteren hun gesprekken af. Dit ondanks de strikte privacywetgeving. Zonder instemming van de OR, kan de bestuurder geen cameratoezicht op de werkvloer invoeren. Legt de bestuurder zijn plannen voor aan de raad, dan is het aan de OR om kritische vragen te stellen over het cameratoezicht.

Vakbond CNV ontving de afgelopen jaren ruim 400 meldingen over cameratoezicht op de werkvloer. Daar waar het eerder nog zo'n 20 tot 30 meldingen per jaar waren, zijn dat er nu gemiddeld 125 per jaar. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) signaleert een stijging van het aantal klachten. Vorig jaar kwamen er meer dan 20 klachten binnen en meer dan 70 tips van bezorgde werknemers.

Cameratoezicht mag alleen als het écht niet anders kan

Voor cameratoezicht op de werkplek gelden strikte regels volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verzorgt de handhaving van de AVG en kan controles uitvoeren, waarschuwingen geven en boetes opleggen. Een werkgever mag alleen camera’s inzetten als hij een gerechtvaardigd belang heeft, bijvoorbeeld om diefstal tegen te gaan of om werknemers en klanten te beschermen. Maar ook in dat geval moet een werkgever altijd kiezen voor een alternatief dat minder inbreuk maakt op de privacy van werknemers als er zo'n alternatief voorhanden is. Een werkgever mag cameratoezicht dus pas inzetten, als het écht niet anders kan.

Bestuurder moet OR om instemming vragen voor cameratoezicht

De OR heeft instemmingsrecht bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling rond het verwerken of beschermen van de persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen. De OR heeft dus instemmingsrecht bij (geheim) cameratoezicht. Dit is vastgelegd in artikel 27, lid 1k van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Vooral personeelsvolgsystemen, zoals cameratoezicht, vragen bijzondere aandacht van de OR.

Vragen die de OR kan stellen over cameratoezicht

Ontvangt de OR van de bestuurder een instemmingsverzoek voor cameratoezicht, dan is het dus zaak dat de OR kritisch naar de plannen kijkt. De AP ondersteunt de OR bij de bewaking van de privacy en beschrijft in een handreiking een aantal vragen die de OR kan stellen:

  • Met welk doel gebruikt of wil de bestuurder cameratoezicht gebruiken?

  • Is er sprake van een wettelijke of contractuele verplichting? Zo niet, is het om een andere reden noodzakelijk om de voorziening in te voeren of te gebruiken?

  • Is er geen externe noodzaak voor het cameratoezicht, kan de bestuurder dan aantonen dat hij een legitieme reden (gerechtvaardigd belang) heeft om de voorziening te gebruiken?

Hoe verhoudt het belang van de organisatie zich tot de belangen van de werknemers?

  • Hoe indringend is de observatie?

  • Komen de belangen van de werknemers in het gedrang?

  • Kan de bestuurder zijn doel ook bereiken op een voor de werknemers minder ingrijpende wijze?

Aanvullende vragen voor de OR bij heimelijk cameratoezicht

In geval van heimelijk cameratoezicht moet de OR nog een aantal aanvullende vragen stellen:

  • Is in de organisatie bekend welk gedrag niet wordt getolereerd en zijn werknemers hiervoor gewaarschuwd?

  • Heeft de werkgever op een andere manier geprobeerd om het schadelijke gedrag (zoals fraude of diefstal) te voorkomen of te achterhalen?

  • Is voldoende gewaarborgd dat de voorziening niet lichtvaardig wordt ingezet?