U bent hier

OR & Medezeggenschap
Verder uitstel voor pensioenbedrag ineens; naar 1 juli 2025

Verder uitstel voor pensioenbedrag ineens; naar 1 juli 2025

De mogelijkheid voor werknemers om maximaal 10% van hun pensioen in één keer op te nemen (‘pensioenbedrag ineens’), is wederom uitgesteld. De beoogde ingangsdatum is verschoven van 1 januari 2025 naar 1 juli 2025. Maar dit kan ook nog later worden, afhankelijk van de parlementaire behandeling.

Het pensioenbedrag ineens houdt in dat pensioendeelnemers de keuze krijgen om maximaal 10% van hun ouderdomspensioen in één keer te laten afkopen. Zij kunnen zelf kiezen wat ze met dit geld doen. Zo is het bedrag bijvoorbeeld te gebruiken voor een reis, het afbetalen van een hypotheeklening of een verbouwing. Het wetsvoorstel regelt dat het pensioenbedrag is uit te keren op de ingangsdatum van het pensioen óf in de maand januari van het jaar volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. Dat tweede moment wordt alleen een optie voor werknemers die met pensioen gaan in de maand waarin zij de AOW-leeftijd bereiken en werknemers die op de eerste dag volgend op de maand waarin zij AOW-gerechtigd worden met pensioen gaan.

Voldoende tijd hebben om te implementeren

De (vertegenwoordigers van) pensioenuitvoerders hebben aangegeven na instemming van de Tweede en Eerste Kamer met het wetsvoorstel ten minste zes tot negen maanden nodig te hebben om hun pensioendeelnemers goed te kunnen informeren. Daarnaast moeten de uitvoerders voldoende tijd hebben om het keuzerecht te kunnen implementeren. De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel staat gepland voor de week van 24 september 2024. Dan is er dus minder dan zes maanden voor het op tijd informeren van deelnemers (als de inwerkingtreding per 1 januari 2025 zou blijven). Daarom heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aangegeven dat de voorgenomen inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2025 niet meer haalbaar is. Hierdoor zal het keuzerecht bedrag ineens niet eerder dan 1 juli 2025 in werking treden. De minister geeft daarbij aan dat de uiteindelijke datum afhankelijk zal zijn van de voortgang van het parlementaire proces.