U bent hier

Onderneming & Arbo
Opzegverbod bij ziekte kan ook gelden bij autisme

Opzegverbod bij ziekte kan ook gelden bij autisme

Het opzegverbod bij ziekte geldt ook bij een autismespectrumstoornis (ASS). Dat kan anders zijn als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer is. Dat blijkt uit een recente zaak bij Rechtbank Rotterdam.

Een werknemer bij een gemeente solliciteerde tweemaal op een interne vacature, maar kreeg beide keren van zijn afdelingshoofd te horen dat hij niet in aanmerking kwam voor de functie. De werknemer beschuldigde zijn afdelingshoofd van discriminatie en dreigde onder meer een klacht in te dienen bij het College voor de Rechten van de Mens.

Werknemer dreigde zichzelf te doden

Vervolgens weigerde de werknemer deel te nemen aan zijn functioneringsgesprek. Hiervoor, en voor de voor zijn werkgever onacceptabele toonzetting in zijn mails die periode, ontving de werknemer een officiële waarschuwing. Hierop meldde de werknemer zich ziek en dreigde hij zichzelf te doden. De werkgever deed allerlei pogingen om de situatie te verbeteren, maar zonder succes. Hij verzocht daarom de kantonrechter om het dienstverband van de werknemer, die inmiddels drie officiële waarschuwingen had verzameld, te beëindigen wegens een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond) (artikel).

Uitzondering op opzegverbod bij ziekte

De kantonrechter oordeelde dat er inderdaad sprake was van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie en dat de gemeente zorgvuldig had gehandeld. Het viel echter niet uit te sluiten dat de reacties van de werknemer voortkwamen uit zijn ASS, waardoor in principe het opzegverbod bij ziekte gold (artikel). De rechter verduidelijkte dat er een uitzondering op deze regel is, namelijk als contractontbinding in het belang van de werknemer is. Dit was zo volgens de rechter, ook omdat een arbeidsdeskundig rapport van UWV bevestigde dat het arbeidsconflict onoplosbaar was. De arbeidsovereenkomst werd dan ook ontbonden. De werknemer kreeg wel een transitievergoeding van bijna € 38.000 mee.
Rechtbank Rotterdam, 23 januari 2025, ECLI (verkort): 1503