Expertisecentrum TNO voor beoordeling zwaar werk
TNO gaat vakbonden en werkgevers ondersteunen bij cao-afspraken over vroegpensioen voor werknemers met zwaar werk. Dat gebeurt vanuit een nieuw op te richten Expertisecentrum Zwaar Werk. Dit volgt uit eerdere afspraken tussen de sociale partners en het kabinet.
Werknemers met een zwaar beroep kunnen gebruikmaken van een regeling voor vroegpensioen. Met de regeling vervroegd uittreden (RVU) kunnen werknemers die een fysiek zwaar beroep hebben tot drie jaar eerder stoppen met werken. Afspraken hierover worden gemaakt door de sociale partners en staan in de cao’s van de verschillende sectoren. Wat precies ‘zwaar’ is, kan echter per sector verschillen. TNO gaat nu beoordelen of het proces om tot een afbakening van dit begrip te komen, wel goed verlopen is en kan hierover advies uitbrengen. Elke drie jaar zal de rol van het centrum worden geëvalueerd en zal worden bekeken of de juiste route nog wordt gevolgd. Dan zal ook de RVU weer onder de loep genomen worden.
Criteria voor beoordeling zwaar werk
Criteria die meewegen om te bepalen wat precies zwaar werk is, zijn onder andere de arbeidstijden, de arbeidsomstandigheden, de psychosociale arbeidsbelasting (PSA), de fysieke arbeidsbelasting en de cognitieve belasting. De beoordeling of de belastende werkzaamheden het label zwaar werk mogen krijgen, moet worden uitgevoerd door deskundigen. Dat kunnen bijvoorbeeld zijn een veiligheidskundige en arbeidshygiënist voor de omgevingsbelasting, een bewegingswetenschapper, ergonoom of bedrijfsfysiotherapeut voor de fysieke arbeidsbelasting, een (Arbeids- en Organisatie (A&O-))psycholoog voor de PSA-belasting en een cognitief psycholoog voor de cognitieve belasting en arbeidstijden. Het gaat hierbij om dusdanige belasting dat er sprake is van risico op gezondheidsschade.