U bent hier

OR & Medezeggenschap
OR moet moeilijk gesprek over AI aangaan met bestuurder

OR moet moeilijk gesprek over AI aangaan met bestuurder

Volgens onderzoek van het adviesbureau &Samhoud verwachten bestuurders dat 20% tot 40% van het werk met technologie kan worden geautomatiseerd in gemiddeld 2 tot 3 jaar. Een gesprek over het baanverlies als onontkoombaar gevolg daarvan, gaan bestuurders echter vaak uit de weg. Voor de OR dus alle reden om dat gesprek wél aan te gaan.

Wil een bestuurder een technologische voorziening invoeren op de werkvoer, dan moet hij de OR daarvoor eerst om advies vragen (artikel 25, lid 1k  WOR). Hoewel de toepassing van kunstmatige intelligentie, zoals ChatGPT, allerlei kansen biedt en heel gunstig kan uitpakken, kent het ook de nodige risico’s voor zowel de organisatie als de werknemers. Eén ervan is baanverlies. De bestuurders die deelnamen aan het onderzoek verwachten dat 20% tot 40% van het werk met technologie kan worden geautomatiseerd in gemiddeld 2 tot 3 jaar. De OR moet dus alert zijn bij gebruik Artificial Intelligence.

Bestuurders hebben nog niet alle antwoorden

Bestuurders zijn vooral huiverig om baanverlies te benoemen en te bespreken, omdat veel nog onduidelijk is en ze niet alle vragen kunnen beantwoorden. Het is immers nog afwachten hoe de toepassing van AI uitpakt. Veel functies zullen veranderen, maar niet geheel verdwijnen en het zal ook nieuwe banen en functies creëren. Dat de toepassing van AI zal leiden tot baanverlies, zien bestuurders inmiddels wel als onvermijdelijk. Dat de bestuurder nog niet overal antwoord op heeft, mag geen reden zijn om dit te ontkennen of het er niet over te hebben.  

OR denkt met bestuurder mee en attendeert op risico’s

De OR kan bij het gesprek met de bestuurder aansturen op het zo goed mogelijk in kaart brengen van de risico’s en mogelijke gevolgen. Daarnaast kan de OR met de bestuurder meedenken over de voorwaarden voor het gebruik en het zo goed mogelijk opvangen van negatieve gevolgen. Denk aan goede ondersteuning voor werknemers in de vorm van (om)scholing, daar waar mogelijk helder communiceren over de veranderingen en gevolgen daarvan (hoe pijnlijk ook) en werknemers laten meedenken over hun toekomst in hun functie en de nieuwe situatie binnen de organisatie. Bovendien kan de OR de bestuurder erop wijzen dat AI tot op heden nog niet erg betrouwbaar en allesbehalve foutloos is. Vooralsnog is menselijke controle dus noodzakelijk en is het een groot risico om er volledig op te bouwen.

Een derde heeft AI opgenomen in de bedrijfsstrategie

Adviesbureau &Samhoud voerde voor het onderzoek gesprekken met topbestuurders van zo’n 50 organisaties in Nederland. Een derde heeft AI opgenomen in de bedrijfsstrategie, biedt medewerkers cursussen aan en heeft enig zicht op welke functies veranderen en hoe en welke verdwijnen. Het overgrote deel van de organisaties voert dus nog geen (grote) wijzigingen door op het gebied van kunstmatige intelligentie.