U bent hier

OR & Medezeggenschap
Hoge Raad oordeelt voor het eerst over cumulatiegrond

Hoge Raad oordeelt voor het eerst over cumulatiegrond

Als meerdere ontslaggronden niet ‘voldragen’ zijn, kan een rechter de arbeidsovereenkomst alsnog beëindigen wegens een combinatie van die gronden. De Hoge Raad heeft zich onlangs voor het eerst uitgesproken over deze 'cumulatiegrond'.

De relatie tussen een ontwikkelaar en zijn werkgever verslechterde in korte tijd ernstig. Zo had de werknemer zonder toestemming bedrijfsmiddelen naar het buitenland meegenomen en daar zonder toestemming gewerkt. Bovendien had hij de autoriteit van zijn manager ondermijnd. Voor dit alles ontving hij een schriftelijke waarschuwing. Omdat de werknemer vervolgens niet tijdig terugkeerde naar Nederland, niet kwam opdagen bij een gesprek en instructies en communicatie negeerde, ontsloeg de werkgever hem op staande voet (tool).

Rechtbank vernietigde het ontslag op staande voet

Rechtbank Noord-Holland vernietigde het ontslag op staande voet, maar ontbond de arbeidsovereenkomst wel wegens verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (de e-grond) (tool). In het hoger beroep besloot Gerechtshof Amsterdam de arbeidsovereenkomst echter te ontbinden op de cumulatiegrond (de i-grond) (tool), wegens een combinatie van verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond) (tool). Hierop ging de werknemer in cassatie bij de Hoge Raad, die daardoor voor het eerst moest oordelen over de voorschriften voor de in 2020 ingevoerde cumulatiegrond.

Herplaatsingsplicht niet onderzocht

Het hoogste civiele rechtsorgaan van Nederland concludeerde dat het hof in het oordeel de nodige gerechtelijke steken had laten vallen. Zo had het hof ten onrechte bij de i-grond niet onderzocht of de werkgever aan de herplaatsingsplicht had voldaan. Een rechter kan een arbeidsovereenkomst namelijk alleen beëindigen als daar een redelijke ontslaggrond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede als er sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (de e-grond), maar het hof had in tegenstelling tot de kantonrechter juist geoordeeld dat er géén sprake was van een voldragen e-grond. Daarnaast had het hof onvoldoende gemotiveerd met wat voor ‘enig verwijtbaar handelen’ de werknemer precies had bijgedragen aan zijn ontslag op de cumulatiegrond; het hof had zelfs geen enkele gedraging van de werknemer bestempeld als ‘een voor ontslag relevant verwijtbaar handelen’. De Hoge Raad vernietigde het oordeel van Gerechtshof Amsterdam dan ook en verwees de zaak naar Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.

Rechter kan cumulatievergoeding ambtshalve toekennen

Hoewel het ontslag op de i-grond dus geen standhield, voelde de Hoge Raad zich genoodzaakt zich toch uit te laten over het oordeel van het hof over de cumulatievergoeding (artikel). Een rechter kan bij de i-grond een cumulatievergoeding toekennen ter hoogte van maximaal de helft van de transitievergoeding. Dit is een compensatie voor het feit dat de ontbinding is gebaseerd op meerdere onvoldragen ontslaggronden. Het hof had geoordeeld dat deze vergoeding niet meer aan de orde was, omdat de werknemer hier in het hoger beroep niet meer om verzocht had (bij de kantonrechter had hij dit wel gedaan naar aanleiding van het ‘subsidiaire’ ontslagverzoek op de i-grond van de werkgever). De Hoge Raad verduidelijkte dat het hof dit verzoek wel degelijk had moeten behandelen en dat een rechter de cumulatievergoeding zelfs ‘ambtshalve’ (uit eigen beweging) kan toekennen als de werknemer hier überhaupt niet om verzocht heeft.

Werkgever moet ontbindingsverzoek kunnen intrekken

Als een kantonrechter van plan is om ambtshalve over te gaan op een ontbinding op de i-grond en daaraan de extra vergoeding te verbinden, moet hij de werkgever wel in de gelegenheid stellen om het ontbindingsverzoek in te trekken. Dit geldt ook in het hoger beroep als de kantonrechter in eerste aanleg ten onrechte heeft beslist om het ontbindingsverzoek af te wijzen of het ontbindingsverzoek ten onrechte heeft toegewezen op een andere ontslaggrond. Trekt de werkgever in dat laatste geval zijn ontbindingsverzoek in, dan kan het hof de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen.
Hoge Raad, 18 juli 2025, ECLI (verkort): 1171