U bent hier

Onderneming & Arbo
Wet loontransparantie heeft gevolgen voor WOR

Wet loontransparantie heeft gevolgen voor WOR

Uiterlijk op 1 januari 2027 moet de Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen (Wet loontransparantie) in werking treden. Het wetsvoorstel hiervoor is vorige week naar de Raad van State gestuurd. Na een internetconsultatie is het wetsvoorstel aangepast, onder meer waar het gaat om de rol van de ondernemingsraad (OR) bij beloningstransparantie.

De EU-lidstaten moeten de Europese richtlijn die gelijke beloning bij gelijke of gelijkwaardige arbeid moet bevorderen uiterlijk op 7 juni 2026 doorvoeren in hun nationale wetgeving. Voor Nederland is deze datum echter niet haalbaar. De invoering van de Wet loontransparantie is daarom uitgesteld naar 1 januari 2027. Naar aanleiding van de internetconsultatie is het voorstel van de Wet loontransparantie op een aantal punten aangepast. Dit heeft ook gevolgen voor de Wet op de ondernemingsraden (WOR). 

Belangrijke wijzigingen in het wetsvoorstel Loontransparantie

Een aantal wijzingen in het voorstel voor de Wet loontransparantie hebben gevolgen voor de WOR en zijn dus ook relevant voor de OR:

  • De definitie van ‘werkgever’ is gewijzigd. Bij de beoordeling wie de werkgever is, werd eerder het begrip ‘onderneming’ uit artikel 1 WOR aangehouden. In het nieuwe wetsvoorstel gaat het om wie daar in de praktijk onder wordt verstaan, namelijk: degene met wie de werknemer een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling is aangegaan.
  • Het begrip ‘loonstructuren’ is vervangen door ‘een systeem voor functiewaardering en -indeling’. Dit is een zuiverder formulering en betekent dat de WOR op dit punt moet worden aangepast. Artikel 27, lid 1c WOR geeft de OR dan instemmingsrecht bij iedere voorgenomen invoering, wijziging of intrekking van een beloningssysteem of een systeem voor functiewaardering en -indeling in plaats van een belonings- of functiewaarderingssysteem, zoals de huidige formulering luidt. Wat hier precies onder valt, zal puntsgewijs in de WOR worden uitgewerkt. Op grond hiervan worden ook de onder artikel 35c WOR genoemde bevoegdheden van de personeelsvertegenwoordiging (PVT) aangepast.
  • Het wetsvoorstel wijzigt ook artikel 31d, lid 1 WOR. In een eerdere versie van het wetsvoorstel stond dat de OR de juistheid van de informatie over de lonen en beloningsverhoudingen in de organisatie moest bevestigen. In het nieuwe wetsvoorstel staat dat de informatie moet worden bevestigd door de directie van de werkgever na raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers. Dat zal in de praktijk vaak de OR zijn, maar dit is dus niet meer vereist. Alsnog doet de OR er altijd goed aan om de juistheid van de informatie in het kader van de loontransparantie te controleren. De bestuurder is verplicht om de OR hierover, al dan niet op verzoek van de OR, informatie te verstrekken (artikel 31 e.v. WOR).

OR moet met bestuurder in gesprek over beloningstransparantie

De nieuwe wetgeving heeft tot gevolg dat de bestuurder transparant(er) moet zijn over het gevoerde beloningsbeleid en daarbij speelt ook de OR een rol. De OR heeft niet alleen instemmingsrecht bij het belonings- en functiewaarderingssysteem (artikel 27, lid 1c WOR), maar heeft ook de opdracht om een gelijke behandeling van mannen en vrouwen binnen de organisatie te bevorderen en om te waken tegen discriminatie (artikel 28, lid 3 WOR). De OR doet er dan ook verstandig aan om de status van het wetsvoorstel te volgen en om hierover alvast in gesprek te gaan met de bestuurder. Zet het onderwerp op de agenda voor de eerstvolgende overlegvergadering over de algemene gang van zaken of plan hierover een aparte overlegvergadering met de bestuurder in (verdiepingsartikel).

Aangepast wetsvoorstel Loontransparantie naar Raad van State

De Europese Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen is sinds 2023 van kracht. De richtlijn heeft tot doel om gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid te bevorderen. Het demissionaire kabinet heeft het wetsvoorstel op 19 januari 2026 ter advies aangeboden aan de Raad van State. De parlementaire behandeling zal later dit jaar plaatsvinden. Als de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel aannemen, zal ook de WOR op onderdelen worden aangepast. De Europese Commissie heeft overigens in december 2025 al laten weten dat zij geen uitstel accepteert bij de implementatie van de EU-richtlijn. Lidstaten die de deadline van juni 2026 niet halen kunnen te maken krijgen met inbreukprocedures van de Commissie.