U bent hier

OR & Medezeggenschap
Wéér uitstel voor opname van pensioenbedrag werknemers

Wéér uitstel voor opname van pensioenbedrag werknemers

De mogelijkheid voor werknemers om maximaal 10% van hun pensioen in één keer op te nemen op het moment dat zij met pensioen gaan – het zogenoemde pensioenbedrag ineens – is wéér uitgesteld. Ditmaal voor onbepaalde tijd.

Oorspronkelijk was het de bedoeling om het pensioenbedrag ineens per 1 januari 2022 in te voeren. Dat bleek al snel niet haalbaar, evenals elke opgeschoven deadline sindsdien. Ook de datum 1 juli 2026 is nu van de baan. Hierbij speelt opnieuw mee dat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel – dat nog altijd bij de Eerste Kamer ligt – onvoldoende tijd voor pensioenpartijen overlaat om deelnemers goed over de regeling te informeren. Ook worden uitvoeringsproblemen verwacht. Als het aan de pensioensector ligt, krijgen gepensioneerden pas ná de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel de optie tot een pensioenbedrag ineens, dus op zijn vroegst per 2028. Het is aan het nieuwe kabinet om een nieuwe beoogde ingangsdatum te prikken, aldus demissionair minister Paul van SZW in de nota naar aanleiding van nadere vragen van de Eerste Kamer.

Forse bestedingsvrijheid, maar ook financiële risico’s

Als het wetsvoorstel op een later moment toch in werking treedt, krijgen pensioendeelnemers de keuze om maximaal 10% van hun opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen in één keer te laten afkopen. Ze mogen dit bedrag vrij besteden, bijvoorbeeld aan een hypotheek, verbouwing, reis of extra zorg. Een nadeel van het pensioenbedrag ineens is dat de periodieke pensioenuitkering in de rest van het leven van de gepensioneerde lager wordt. De pensioenpot is immers minder gevuld na het pensioenbedrag ineens. Daarnaast zijn er nog een aantal andere financiële risico’s, zo waarschuwde het Nibud een paar jaar geleden al.
Pensioenuitvoerders mogen het pensioenbedrag ineens alleen uitkeren op de ingangsdatum van het pensioen óf in de maand januari van het jaar volgend op het jaar waarin de pensioendeelnemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Dat tweede moment wordt alleen een optie voor mensen die met pensioen gaan in de maand waarin zij de AOW-leeftijd bereiken en mensen die op de eerste dag volgend op de maand waarin zij AOW-gerechtigd worden met pensioen gaan.