Coalitieakkoord zet ook de OR aan het werk
Hoewel de invulling van de plannen uit het coalitieakkoord 2026-2030 afhankelijk is van de steun die partijen krijgen van de oppositiepartijen in de Tweede Kamer, is het wel al duidelijk dat er drastische keuzes genomen gaan worden die ook de werkvloer raken. De OR moet daarom de ontwikkelingen goed in de gaten houden.
De coalitiepartijen D66, VVD en CDA presenteerden onlangs hun plannen in het coalitieakkoord 'Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland' (pdf). Het akkoord omvat nogal wat aandachtsgebieden met diverse arbomaatregelen, personeelsmaatregelen, loongerelateerde plannen en fiscale maatregelen. Als deze maatregelen de werkvloer bereiken, moet ook de OR aan de slag. Een aantal voorbeelden.
Arbomaatregelen uit het coalitieakkoord voor de OR
Voor de OR zijn bijvoorbeeld de voorgenomen arbomaatregelen van belang, omdat de OR instemmingsrecht heeft bij regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden, zoals regelingen voor duurzame inzetbaarheid (artikel 27, lid 1d WOR). Die maatregelen worden door de alsmaar stijgende AOW-leeftijd steeds noodzakelijker. Ook heeft de OR een rol bij een veilige werkomgeving (verdiepingsartikel) die van toepassing zal zijn bij de aanpak van bijvoorbeeld seksueel grensoverschrijdend gedrag, femicide en vrouwenhaat.
Personeelsmaatregelen uit het coalitieakkoord voor de OR
Op personeelsgebied wordt onder andere het voorstel voor de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen ingevoerd. Een aantal wijzigingen in het voorstel hebben ook gevolgen voor de WOR. Deze nieuwe regels beloningstransparantie zetten OR aan het werk (verdiepingsartikel). Daarnaast zal de OR bij het zoeken naar onorthodoxe maatregelen om meer werken te laten lonen, zoals een voltijdsbonus, een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel, goed moeten waken tegen discriminatie en gelijke behandeling moeten stimuleren (artikel 28, lid 3 WOR).