U bent hier

OR & Medezeggenschap
Nieuwe tool visualiseert werkplekrisico's in Europa

Nieuwe tool visualiseert werkplekrisico's in Europa

Het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) doet regelmatig onderzoek naar nieuwe en opkomende werkplekrisico’s in Europese organisaties. Een nieuwe tool maakt het mogelijk de resultaten van het laatste onderzoek te visualiseren.

Voor de vierde Europese bedrijvenenquête naar nieuwe en opkomende risico’s (Esener 2024) van EU-OSHA is onderzocht wat de invloed is van nieuwe en opkomende risico’s voor de gezondheid van de werknemer en veiligheid op de werkvloer. In totaal zijn ruim 41.000 bedrijven in diverse sectoren in 30 landen telefonisch en/of online bevraagd. Er is speciaal ingezoomd op psychosociale arbeidsbelasting (PSA): werkgerelateerde stress veroorzaakt door agressie en geweld, discriminatie, intimidatie, pesten en/of werkdruk. Ook de rol van digitalisering hierbij is meegenomen. De gegevens van deze enquête zijn nu beschikbaar gemaakt via een datavisualisatietool. Daarmee kunnen gebruikers de resultaten filteren op onderwerp en gewenst grafiektype, en statistieken per sector, bedrijfsgrootte en/of land kiezen.

Betrokkenheid werknemers afgenomen

Uit de Esener-enquête 2024 blijkt dat psychosociale risico ’s op de werkvloer overal in Europa voorkomen. Relatief vaker in de dienstensector: daar geeft 56% van de deelnemende organisaties aan te maken te hebben met ongewenst gedrag van klanten, patiënten of leerlingen. 43% rapporteert hoge werkdruk. Andere grote risico’s die worden genoemd, zijn langdurig zitten (64%), repetitieve hand- en armbewegingen (63%) en tillen van zware lasten (52%). Bij 55% van de organisaties worden werknemers betrokken bij maatregelen tegen het risico van PSA, onder meer via de medezeggenschap. Dat is lager dan in 2014; toen was dit 63%. Meer dan een derde van de werkgevers (35%) bespreekt de gevolgen van digitale technologie op de gezondheid en veiligheid met werknemers. Het is de bedoeling dat het binnenkort ook mogelijk wordt om de vergelijking met de eerdere Esener-onderzoeken 2019 en 2014 te maken.