U bent hier

Onderneming & Arbo
Geen opbouw van vakantiedagen in derde ziektejaar

Geen opbouw van vakantiedagen in derde ziektejaar

Wederom heeft een kantonrechter geoordeeld dat een arbeidsongeschikte werknemer na twee jaar ziekte geen vakantiedagen meer opbouwt. De werkgever hoefde daarom niet hiervoor een bedrag uit te betalen bij het einde van de arbeidsovereenkomst.

Er is al langere tijd discussie over de opbouw van vakantiedagen tijdens het slapend dienstverband. Dat is een dienstverband dat voortduurt na twee jaar ziekte, waarbij de werknemer geen werk meer verricht en geen recht op loon meer heeft. Rechtbank Gelderland oordeelde in augustus 2025 dat een werknemer in het derde ziektejaar vakantiedagen blijft opbouwen. De kantonrechter baseerde dit oordeel op het Europese recht. In een reactie daarop gaf het toenmalige kabinet aan er anders over te denken. Kritische reacties van juristen volgden, maar de kantonrechter in Groningen sloot zich aan bij de visie van het kabinet. Nu heeft ook de kantonrechter in Rotterdam in een zaak geoordeeld dat een werknemer in het derde ziektejaar geen vakantiedagen opbouwt.

Geen herstel van werk en geen onbetaalde vakantie

De betreffende werknemer raakte in 2022 arbeidsongeschikt en lukte het daarna niet meer om te re-integreren. In het najaar van 2024 kreeg hij een IVA-uitkering toegekend door UWV. De werknemer stapte naar de kantonrechter voor beëindiging van zijn slapende dienstverband, betaling van de transitievergoeding en betaling van de eindafrekening. Op basis van een arrest van de Hoge Raad wees de rechter de verzoeken om ontbinding en transitievergoeding toe.
De 160 vakantie-uren die de werknemer op basis van het EU-Handvest meende te hebben opgebouwd na twee jaar ziekte, kreeg hij níét uitbetaald. De rechter bepaalde dat de werknemer na de wachttijd voor de WIA geen vakantiedagen meer had opgebouwd. Specifieke omstandigheden kunnen een afwijking van het fundamentele recht op (jaarlijks betaald) verlof rechtvaardigen, zo legde de rechter uit. Bij een slapend dienstverband is daar sprake van. De werknemer heeft in die situatie geen werk om van te herstellen, waar de vakantiedagen wel voor bedoeld zijn. Ook kan de werknemer een WIA-uitkering ontvangen en op grond daarvan recht hebben op betaalde vakantie.

Discussie is nog niet definitief beslecht

Hoewel het erop lijkt dat de discussie (artikel) de kant van werkgevers opvalt, is het voor zieke werknemers nog geen gelopen zaak. Sommige deskundigen zetten hun vraagtekens bij de recente ontwikkelingen. De Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU zouden meer helderheid kunnen scheppen, maar vooralsnog is de kwestie niet concreet aan ze voorgelegd.
Werkgevers kunnen het uitgangspunt van de rechters in Groningen en Rotterdam volgen en geen vakantiedagen over het derde ziektejaar meer laten opnemen of uitbetalen (bij uitdiensttreding). De kans dat de werknemer hiervoor een zaak start én gelijk krijgt, lijkt momenteel klein. Bij een ontslag met wederzijds goedvinden kunnen werkgevers in de vaststellingsovereenkomst ook afspraken opnemen over uitsluiting van uitbetaling van vakantiedagen over het derde ziektejaar. Werkgevers die niet op deze onzekerheid zitten te wachten, doen er goed aan om ‘gewoon’ na twee jaar ziekte van de werknemer over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Rechtbank Rotterdam, 5 februari 2026, ECLI (verkort): 1215