Nederlandse organisaties scoren hoog op uitvoering RI&E
Uit onderzoek van EU-OSHA naar risico’s voor de gezondheid en veiligheid in Europese organisaties blijken soms grote verschillen tussen landen. Nederland scoort vooral hoog op het uitvoeren van een risico-inventarisatie van de werkplek en op werknemersparticipatie.
Met de nieuwe tool van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) kunnen gebruikers de resultaten van het vierde Esener-onderzoek naar werkplekrisico’s in Europa visualiseren. Zo is het mogelijk de resultaten te bekijken per onderwerp, sector, bedrijfsgrootte en/of land. Gefilterd op Nederland en de ontwikkeling van het verzuim, blijkt dat dit bij mkb-bedrijven is toegenomen. 30% van de respondenten uit de groep organisaties met 50 tot 249 werknemers geeft aan dat het ziekteverzuim de laatste drie jaar is gestegen. Nederland scoort ook hoog (in positieve zin) als het gaat om het uitvoeren van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op de werkplek (78%). In dezelfde groep organisaties met 50-249 werknemers is dit zelfs 93%. In de risico-inventarisatie is bij 80% van de bedrijven aandacht voor psychosociale arbeidsbelasting (PSA).
Meepraten over veiligheid niet altijd via OR
Ook wat werknemersparticipatie betreft, springt Nederland eruit met 37%. Het EU-gemiddelde is 18%. Toch lijkt dit niet altijd via de wettelijke medezeggenschapsorganen plaats te vinden. Op de vraag of werknemers betrokken worden bij veiligheidsmaatregelen die volgen uit de risico-inventarisatie antwoordt 88% met ja. Maar slechts 19% geeft aan dat gezondheid en veiligheid regelmatig onderwerp van gesprek zijn tussen werknemersvertegenwoordigingen en het management. Volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) hebben de OR en de PVT instemmingsrecht op regelingen die over de arbeidsomstandigheden gaan. Gezondheid en veiligheid komen wel ter sprake in het reguliere werkoverleg. Dit gebeurt bij 46% van alle organisaties regelmatig en in de grote organisaties (>250 werknemers) zelfs bij 86%.