Geen ontslag na remote werken in Costa Rica
Wil een werknemer in het buitenland werken, dan is daar toestemming van de werkgever voor nodig. Maar werkt een werknemer eenmaal in het buitenland, dan kan het dienstverband niet zomaar beëindigd worden om die reden. Ook niet na een verhuizing naar een ander land.
Een werkneemster bij een beroepsregister voor jeugdprofessionals werkte sinds 2019 vanuit Bonaire. In 2025 verhuisde ze naar Costa Rica. Enkele maanden na haar verhuizing kreeg de werkneemster te horen dat er vanwege een koerswijziging noodzaak was tot binding met de organisatie, wat door de afstand en het tijdsverschil met Costa Rica onvoldoende te realiseren zou zijn. De werkgever vroeg de werkneemster of zij bereid was terug te keren naar Nederland. Was ze dat niet, dan zou de werkgever de werkneemster een beëindigingsvoorstel (tool) doen.
Geen overleg over of toestemming voor verhuizing
Omdat er geen oplossing werd gevonden, diende de werkgever een ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter op grond van ‘overige omstandigheden’ (de h-grond) (artikel). Deze wettelijke ontslaggrond is bedoeld voor ontslagredenen die niet ‘gedekt’ worden door de andere ontslaggronden. Volgens de werkgever was de werkneemster zonder overleg en toestemming verhuisd naar Costa Rica en waren onder meer de fiscale, juridische en praktische gevolgen daarvan zodanig dat voortzetting van het dienstverband met de werkneemster in redelijkheid niet meer kon worden verwacht van hem.
Werkneemster stond niet ingeschreven in Costa Rica
Voor de kantonrechter stond het vast dat de werkneemster haar verhuisplannen met haar toenmalige leidinggevende had besproken. Die had daar geen bezwaar tegen gemaakt. Dat de leidinggevende dit vervolgens niet had besproken met de werkgever, was de werkneemster niet aan te rekenen, maar kwam voor risico van de werkgever. Evenals het feit dat de leidinggevende de werkneemster niet had doorverwezen naar de werkgever voor goedkeuring.
Daarnaast was de werkneemster niet ingeschreven in Costa Rica en was het Nederlandse arbeidsrecht van toepassing op haar arbeidsovereenkomst. Hierdoor was het voor de rechter niet duidelijk welke negatieve fiscale en juridisch gevolgen de verhuizing naar Costa Rica had. Ook de praktische bezwaren van de werkgever wees de rechter naar de prullenbak. Zo kon de werkgever niet aannemelijk maken dat het tijdsverschil, de databeveiliging en de binding met de organisatie en collega’s wonen in Costa Rica in de weg zouden staan. De werkneemster had immers met toestemming van haar werkgever al jarenlang op Bonaire gewerkt.
Voortzetting arbeidsovereenkomst onvoldoende onderzocht
De kantonrechter oordeelde uiteindelijk dat de werkgever onvoldoende had onderzocht of en hoe het nog wel mogelijk was om de arbeidsovereenkomst met de werkneemster vanuit Costa Rica voort te zetten. Het ontbindingsverzoek werd dan ook afgewezen.
Rechtbank Midden-Nederland, 15 januari 2026, ECLI (verkort): 422