U bent hier

Onderneming & Arbo
Nieuwe loondoorbetalingsperiode, ondanks ommezwaai arts

Nieuwe loondoorbetalingsperiode, ondanks ommezwaai arts

Valt een van arbeidsongeschiktheid herstelde werknemer na meer dan vier weken werken opnieuw uit, dan start de loondoorbetalingsplicht van 104 weken opnieuw. Dat was ook het geval in een recent kort geding, ondanks een ommezwaai van de bedrijfsarts.

Een arbeidsongeschikte junior gerechtsjurist bij Rechtbank Rotterdam werd door de bedrijfsarts volledig arbeidsgeschikt geacht, waarna ze zich hersteld meldde en haar werkzaamheden hervatte. Zo’n 3,5 maand later viel ze opnieuw uit. Op basis van onder meer nieuwe medische informatie kwam de bedrijfsarts terug op zijn aanvankelijke oordeel; de werkneemster was destijds níét arbeidsgeschikt. Volgens de werkgever betekende dat dat de werkneemster inmiddels meer dan 104 weken arbeidsongeschikt was en daarom recht had op een WIA-uitkering. De werkneemster werd herhaaldelijk verzocht om een WIA-uitkering aan te vragen, maar dit deed ze niet. Uiteindelijk zette de werkgever haar loon stop.

Loondoorbetalingsplicht was opnieuw gaan lopen

In een kort geding stelde de werkneemster dat ze nog geen recht had op een WIA-uitkering en dat de loonstop dus onterecht was. Ze had haar werk immers meer dan vier weken volledig verricht op het moment dat ze opnieuw uitviel, waardoor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte van 104 weken opnieuw was gaan lopen voor de werkgever.

Deskundigenoordeel aanvragen bij UWV

De kantonrechter verduidelijkte dat de arbeidsongeschikte werknemer in beginsel bepaalt of hij al dan niet (meer) arbeidsongeschikt is. Vervolgens is het aan de werkgever om hierover informatie in te winnen bij de bedrijfsarts en te beoordelen of hij een hersteldmelding (of ziekmelding) accepteert. Bij een verschil van inzicht met de werknemer en de bedrijfsarts kan de werkgever een deskundigenoordeel bij UWV aanvragen. De werkgever had dit wel gedaan, maar niet over de periode waarover het geschil ging.

Werkgever had hersteldmelding geaccepteerd

De rechter zag ook onvoldoende bewijs in het tweede advies van de bedrijfsarts voor het standpunt van de werkgever dat de werkneemster vanaf de eerste ziekmelding doorlopend arbeidsongeschikt was. Omdat de bedrijfsarts de werkneemster arbeidsgeschikt had verklaard, de werkgever de hersteldmelding had geaccepteerd en de werkneemster meer dan vier weken haar werk volledig had hervat, was er vanaf de tweede ziekmelding een nieuwe loondoorbetalingsperiode gaan lopen. De werkneemster had daarom niet zonder goede reden nagelaten om een WIA-uitkering aan te vragen, zodat de loonstop onterecht was.
Rechtbank Noord-Holland, 24 februari, ECLI (verkort): 1719