Taalgebruiker krijgt punthoofd van puntjes in afkorting
Het is iets waar professionals regelmatig over struikelen bij het opstellen van zakelijke teksten: schrijf je afkortingen nou met puntjes tussen de letters of niet? Er zijn een paar handige vuistregels voor.
Om de spellingsregels voor afkortingen en puntjes goed te begrijpen, is het belangrijk om te weten welke soorten afkortingen er in het Nederlands bestaan. De regels voor puntjes verschillen namelijk per soort. Om te beginnen is er het initiaalwoord. Dit is een afkorting die je letter voor letter uitspreekt. Zo’n afkorting krijgt geen punten tussen de letters. Denk aan afkortingen als btw, cao, cd, ov, pr, tv of wc.
Letterwoorden krijgen geen punten
Sommige afkortingen spreek je niet uit (toolbox) als losse letters, maar als een woord. Woorden als havo of vip heten dan ook letterwoorden. Je spreekt ze immers niet uit als h-a-v-o of v-i-p. Letterwoorden krijgen net als initiaalwoorden geen punten. Omdat je letterwoorden uitspreekt als ‘gewone’ woorden, behandel je ze in het Nederlands ook zo. Eigenlijk zien we ze niet meer als afkorting.
Natuurlijk ook afkortingen mét punten
Tot zover helder; initiaalwoorden en letterwoorden zijn en blijven puntvrij. Maar er zijn ook afkortingen die in teksten (toolbox) wél om puntjes vragen, anders zou deze taalkwestie ook niet zo vaak voor verwarring zorgen. Zo komt er een punt (of er komen punten) in een afkorting die je niet als afkorting uitspreekt. Die afkortingen spreek je uit als het woord (bijvoorbeeld circa) waar de afkorting (ca.) naar verwijst. Als je een zin hardop zou voorlezen waar bijvoorbeeld mr. of drs. instaat, zeg je ‘meester’ of ‘doctorandus’. Andere voorbeelden: v.Chr. (voor Christus), z.g.a.n. (zo goed als nieuw) en Z.K.H. (Zijne Koninklijke Hoogheid). Let op: meestal wordt per afgekort woord één punt gebruikt. Uitzonderingen hierop zijn onder meer: a.s. (aanstaande), dhr. (de heer), etc. (et cetera), w.o. (waaronder) en z.o.z. (zie ommezijde).