OR moet pleiten voor gespecialiseerd vertrouwenspersoon
Nog lang niet alle werkgevers hebben een vertrouwenspersoon aangesteld. Dat is ook (nog) niet verplicht. Overweegt de bestuurder om deze rol aan een OR-lid of HR-medewerker toe te bedelen, dan moet de OR aan de bel trekken.
Een vertrouwenspersoon aanstellen is één van de maatregelen die een werkgever kan treffen om een veilige werkomgeving te creëren en zo (seksueel) grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan. Hoewel de Tweede Kamer in 2023 al akkoord ging met het voorstel dat de aanstelling van een vertrouwenspersoon verplicht, is het wachten nog steeds op het akkoord van de Eerste Kamer. Een verplichte vertrouwenspersoon is dus nog geen stap dichterbij. Eerdere onthullingen over de misstanden zoals bij het tv-programma The Voice of Holland, voetbalclub Ajax en de politievakbond onderstrepen echter de noodzaak van een wettelijk verplicht beleid tegen (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.
Een OR-lid of HR-medewerker is géén vertrouwenspersoon
Soms wijzen werkgevers een OR-lid of HR-medewerker aan als vertrouwenspersoon. Zij hebben hiervoor doorgaans echter geen specifieke opleiding gevolgd en weten daardoor ook lang niet altijd hoe ze goed moeten omgaan met een melding. En juist die afhandeling van klachten is van groot belang. Hoewel de taken van een vertrouwenspersoon niet wettelijk geregeld zijn, heeft de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen wel een profiel opgesteld. De OR kan op basis van het initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) de bestuurder adviseren om een officiële vertrouwenspersoon aan te stellen en daarbij ook de invulling van die rol meenemen. Ook kan de OR adviseren over de communicatie richting de achterban. Het is immers van belang dat werknemers de weg naar de vertrouwenspersoon goed weten te vinden.
OR moet waken voor onterechte aannames
Gaat de OR met de bestuurder in gesprek over het aanstellen van de vertrouwenspersoon en de invulling van die functie, dan is het goed om op eventuele onterechte aannames te letten. Zo gaan sommige werkgevers ervan uit dat er binnen hun organisatie geen sprake is van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Dit kan overal voorkomen. Het zijn geen incidenten; het betreft een structureel probleem. Ook zijn werkgevers vaak bang dat het aanstellen van een vertrouwenspersoon leidt tot een toename van het aantal meldingen. Daarnaast spelen ook de kosten een rol. Dat leidt vaak tot de keuze om de rol van vertrouwenspersoon intern toe te kennen aan een OR-lid of HR-medewerker. Het is dan aan de OR om de bestuurder te overtuigen van het nut en de noodzaak van een gespecialiseerde vertrouwenspersoon en het bestrijden van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Gaat de bestuurder over tot het aanstellen van een vertrouwenspersoon, dan moet hij dit voorgenomen besluit eerst voorleggen aan de OR voor instemming (artikel 27, lid 1d WOR).