U bent hier

OR & Medezeggenschap
Werknemer niet schadeplichtig na prutswerk met AI

Werknemer niet schadeplichtig na prutswerk met AI

Alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid kan een werkgever een werknemer aansprakelijk stellen voor geleden schade. In een recente rechtszaak vorderde een werkgever tevergeefs € 23.000 schadevergoeding van een werkneemster die slecht werk had verricht met AI.

Een marketingmedewerkster met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd verzorgde onder meer berichten op social media voor klanten. Op een gegeven moment meldde de werkneemster zich ziek, wat ze bleef tot het einde van haar dienstverband. De werkneemster stapte vervolgens naar de kantonrechter, omdat haar laatste twee maandsalarissen niet waren uitbetaald. Naast het achterstallige salaris vorderde ze onder meer een bedrag van € 2.500 wegens slecht werkgeverschap van de werkgever (artikel). Volgens de werkneemster had de werkgever haar salaris (herhaaldelijk) te laat of niet betaald, een intimiderende voicemail naar aanleiding van haar ziekmelding achtergelaten en haar ongegrond en zonder onderbouwing aansprakelijk gesteld voor bedrijfsverliezen. Hierdoor zou ze in haar herstel belemmerd zijn.

Werkgever zou bedrijfsschade hebben opgelopen

De werkgever vorderde op zijn beurt een schadevergoeding van € 23.000 van de werkneemster. Hij meende namelijk dat hij door haar handelen bedrijfsschade had opgelopen en zelfs bijna ten onder was gegaan. Zo kwam de werkneemster herhaaldelijk te laat bij belangrijke meetings en liet ze de berichten op social media door AI maken, terwijl ze de belangen – de afspraken met klanten – kende. Het werk van de werkneemster was onder de maat, wat ook zo ervaren werd door klanten. Eén klant had geweigerd de facturen te betalen en was vervolgens naar een concurrent overgestapt. Daarnaast was er nog een klant vertrokken vanwege het tegenvallende werk van de werkneemster en moest de werkgever klanten creditfacturen sturen. Althans, dat beweerde de werkgever allemaal.

Geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid

De kantonrechter verduidelijkte dat als een werknemer tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst schade toebrengt aan de werkgever, hij hiervoor niet aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De werkgever kon dit echter niet aantonen. Het was namelijk niet duidelijk of de werkneemster op haar gedrag was aangesproken of bijvoorbeeld instructies had gekregen over de eisen aan de socialmediaberichten. Bovendien was er onvoldoende bewijs voor vertrokken klanten als gevolg van het handelen van de werkneemster of voor verstuurde creditfacturen. De rechter wees de vordering van de werkgever af en veroordeelde hem tot het betalen van het achterstallige salaris. De werkgever hoefde geen schadevergoeding aan de werkneemster te betalen, omdat ook niet vast was komen te staan dat ze in haar herstel was belemmerd door het handelen van de werkgever.
Rechtbank Overijssel, 10 maart 2026, ECLI (verkort): 1328