U bent hier

Onderneming & Arbo
Moties tegen plannen hervorming sociale zekerheid

Moties tegen plannen hervorming sociale zekerheid

Om de sociale zekerheid te hervormen, heeft het kabinet diverse maatregelen aangekondigd. Onder meer afschaffing van de IVA, verkorting van de WW en verlaging van het maximumdagloon. Niet alleen de vakbonden protesteren, ook Kamerleden proberen via moties de plannen bij te sturen.

De moties gaan onder meer over de plannen van het kabinet voor de vereenvoudiging van de Wet WIA en de hoogte van de Aof-premie. Een deel van de moties is aangenomen en een deel verworpen. Zo is de motie van lid Patijn om de beoogde verlaging van het maximumdagloon met 20% voor bestaande gevallen van tafel te halen, verworpen. Dit maximumdagloon vormt de basis voor de WIA-uitkeringen. Mensen die nu al een WIA-uitkering hebben, moeten dus straks mogelijk tot een vijfde van hun inkomen inleveren. Ook het voorstel om de bezuinigingen op te schorten en eerst te kijken naar een nieuwe vorm van sociale verzekeringen voor werknemers is verworpen. Bedrijfsartsen kwamen eerder al in het geweer tegen de plannen voor de WIA. Zij betogen dat het kabinet beter kan investeren in preventie in plaats van te korten op de WIA-uitkeringen. Langdurige arbeidsongeschiktheid voorkomen levert uiteindelijk meer geld op.

Onvrede over de stijging Aof-premie

Het kabinet kondigde in de Voorjaarsnota ook aan de Aof-premie te zullen verhogen, ondanks dat het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) een reserve bevat van zo'n € 40 miljard. Werkgevers betalen de premie maandelijks via de aangifte loonbelasting en hebben de afgelopen jaren al steeds een hogere premie moeten betalen. Er is al eerder bezwaar gemaakt tegen te veel betaalde premie. Ook zou het kabinet de Aof-premie oneigenlijk gebruiken, namelijk om gaten in de begroting mee te dichten. Terwijl dit geld bestemd is om de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen mee te bekostigen. In een motie, die is aangenomen, dringen Kamerleden Grinwis en Patijn erop aan de juridische houdbaarheid en de maatschappelijke wenselijkheid van een verdere stijging van de Aof-premie te toetsen en de plannen hierop aan te passen. Dit zou gereed moeten zijn bij de volgende bespreking van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.