Gedragscode: niet verplicht, wel raadzaam!
Het kabinet heeft een streep gezet door het wetsvoorstel voor een verplichte gedragscode ongewenst gedrag. Ook al wordt het niet verplicht, het is wel raadzaam om een gedragscode te hebben. De ondernemingsraad (OR) kan daarvoor pleiten en er zijn stempel op drukken.
Begin 2025 presenteerde het toenmalige kabinet een conceptwetsvoorstel voor wijziging van de Arbowet. Het wetsvoorstel zou werkgevers met minimaal 10 werknemers vanaf 1 juli 2026 verplichten om een gedragscode ongewenst gedrag op te stellen, maar dat gaat nu niet door. Verantwoordelijk minister Aartsen (Participatie en Werk) erkent weliswaar het belang van een gedragscode ongewenst gedrag, maar wil de regeldruk in organisaties niet verhogen.
Gedragscode van belang voor werknemers en organisatie als geheel
Ook zonder wettelijke verplichting doen werkgevers er goed aan om een gedragscode ongewenst gedrag (tool) op te stellen. Ongewenst gedrag, zoals (seksuele) intimidatie, discriminatie, pesten of geweld, kan immers gezondheidsklachten bij werknemers veroorzaken en kan leiden tot langdurig ziekteverzuim. Het is dus zowel in het belang van de achterban als van de organisatie als geheel dat de bestuurder duidelijke regels stelt voor het gedrag op de werkvloer. Heeft de organisatie nog geen gedragscode ongewenst gedrag, dan kan de OR ervoor pleiten dat de bestuurder zo'n regeling opstelt. Is er al wel een gedragscode, dan kan de OR nagaan of de regeling aan de voorschriften voldoet.
OR heeft instemmingsrecht bij gedragscode ongewenst gedrag
De OR kan de gedragscode op de agenda zetten voor de overlegvergadering met de bestuurder of kan bij hem een uitgewerkt voorstel hiervoor indienen (artikel 23 WOR). Omdat ongewenst gedrag betrekking heeft op de arbeidsomstandigheden in de organisatie, heeft de OR bovendien instemmingsrecht als de bestuurder een gedragscode ongewenst gedrag wil opstellen, wijzigen of afschaffen (artikel 27, lid 1d WOR). Let erop dat de gedragscode helder is en in ieder geval de volgende onderdelen bevat (tool):
- wat de organisatie verstaat onder ongewenst gedrag;
- welke maatregelen en sancties kunnen volgen op overtreding van de regels uit de gedragscode (verdiepingsartikel);
- welke ondersteuningsmogelijkheden de organisatie biedt bij gevallen van ongewenst gedrag (denk aan een vertrouwenspersoon of klachtencommissie (tool));
- bij wie werknemers terecht kunnen met vragen of opmerkingen over de gedragscode.