U bent hier

OR & Medezeggenschap
Werknemer sleept OR voor de rechter over kandidaatstelling

Werknemer sleept OR voor de rechter over kandidaatstelling

In een recente zaak stelde een werknemer zich verkiesbaar voor de ondernemingsraad (OR). De OR weigerde tweemaal zijn kandidaatstelling met een beroep op het OR-reglement. De werknemer stapte naar de rechter en dwong zijn kandidaatstelling met succes af.

De OR van deze organisatie werkte met een lijstenstelsel. In het OR-reglement (verdiepingsartikel) stond dat uiterlijk vier weken voor de verkiezingsdatum een kandidatenlijst ingediend moest zijn. De werknemer leverde zijn lijst (waar alleen hijzelf op stond) nét op tijd in, maar de lijst bleek niet aan de eisen van het OR-reglement te voldoen. Dit kwam omdat de lijst werd ingediend door een onbevoegd persoon. De werknemer kreeg, conform het OR-reglement, 1 week de tijd om de lijst aan de eisen aan te passen.

Nieuwe of oude lijst?

Binnen de gestelde termijn van 1 week diende de werknemer een nieuwe lijst in. Hij was nu zelf de formele indiener van de lijst, maar ook nu weigerde de OR de kandidatenlijst. De OR kwam namelijk tot de conclusie dat de eerdere indiening van de lijst door een onbevoegde een vormfout was die niet hersteld kon worden. Volgens de OR ging het hier dus niet om een herstelde lijst, maar om een nieuw ingediende lijst, en daarvoor was de indieningstermijn inmiddels ruimschoots verstreken.
De werknemer stapte vervolgens naar de rechter, omdat hij meende dat het niet om een nieuwe lijst ging, maar om de oorspronkelijke (aangepaste) lijst. Dit zou ook blijken uit het feit dat de OR hem in eerste instantie een week de tijd gaf om de vormfout te herstellen. De OR paste zijn eigen reglement niet consequent toe, zo redeneerde de werknemer.

OR-reglement toetsen aan cao-norm

De rechter stelde allereerst vast dat de bepalingen van het OR-reglement uitgelegd moesten worden aan de hand van de cao-norm. Dit betekent een uitleg van de tekst naar objectieve maatstaven, gelezen in het licht van de gehele tekst van de regeling. Hierbij gaat het niet om de bedoeling van degene die de tekst heeft opgesteld, maar om wat er letterlijk in de tekst staat.

Vormfout kon hersteld worden

De rechter oordeelde dat in het reglement niet stond dat een formeel gebrek, zoals de onbevoegdheid van de indiener, niet hersteld zou kunnen worden. Ook stond er niet in dat een lijst die ongeldig is verklaard en binnen de termijn wordt hersteld als een nieuw ingediende lijst zou worden beschouwd. Tot slot stond nergens dat de datum van herstel als datum van indiening van de lijst zou worden gezien. De werknemer mocht daarom de vormfout herstellen, met behoud van de datum van indiening van de oorspronkelijke lijst.

Toewijzing vordering, maar zonder gevolgen

De rechter wees de vordering van de werknemer toe, maar kon daaraan geen gevolgen verbinden. De verkiezingen (toolbox) waren immers al voorbij en de nieuwe OR-leden waren inmiddels verkozen en geïnstalleerd. De rechter zag geen grondslag waarop zij kon bepalen dat de verkiezingen opnieuw moeten worden gehouden of dat benoemingen moesten worden teruggedraaid. Dit wilde de werknemer ook helemaal niet. Hij wenste vooral duidelijkheid over de uitleg van het OR- reglement, zodat toekomstige toepassing daarvan zorgvuldig en consistent zou kunnen plaatsvinden.
Rechtbank Limburg, 15 mei 2026, ECLI (verkort): 4409