U bent hier

Onderneming & Arbo
Ingangsdata wetten voor zzp’ers en flexwerkers bekend

Ingangsdata wetten voor zzp’ers en flexwerkers bekend

Na publicatie in het Staatsblad is het definitief: de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief treedt op 31 december 2026 in werking. De Wet meer zekerheid flexwerkers gaat grotendeels op 1 januari 2028 in.

De eerstgenoemde wet regelt dat als een zzp’er minder dan € 38 per uur verdient (peildatum 1 januari 2026), het rechtsvermoeden bestaat dat hij eigenlijk als werknemer werkt. Doet de werkende een beroep op het rechtsvermoeden, dan is het aan de opdrachtgever om te bewijzen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kan hij dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en heeft de werkende recht op dezelfde bescherming als een werknemer, zoals recht op loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming. Er is geen overgangsrecht; het rechtsvermoeden geldt vanaf 31 december 2026 ook voor bestaande overeenkomsten.

Rechten voor uitzendkrachten eerder gewijzigd

De Wet meer zekerheid flexwerkers (WMZF) gaat op 1 januari 2028 in, met uitzondering van enkele uitzendmaatregelen. Zo krijgen uitzendkrachten per 31 december 2026 recht op ten minste dezelfde ‘essentiële arbeidsvoorwaarden’ en op ten minste gelijkwaardige niet-essentiële arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst van de inlener die hetzelfde werk verrichten. Ook krijgen uitzendkrachten bij ziekte recht op loondoorbetaling en worden de uitzendfasen gewijzigd: fase A gaat naar maximaal 52 weken en fase B naar maximaal zes contracten in twee jaar. Daarna krijgt de uitzendkracht recht op een vast contract bij de uitlener. In de uitzend-cao is hier al op vooruitgelopen. Ook op 1 januari 2027 treden er onderdelen van de WMZF in werking. Bijvoorbeeld dat de vergoeding die een uitlener de inlener mag vragen voor de overname van een uitgeleende werknemer bij ministeriële regeling begrensd kan worden. Er is overgangsrecht; het huidige recht blijft gelden voor bestaande overeenkomsten.

Nulurencontracten niet langer toegestaan

De volgende maatregelen van de WMZF gaan op 1 januari 2028 in:

  • Een werknemer moet drie jaar uit dienst zijn voordat de werkgever hem opnieuw in tijdelijke dienst kan nemen. Momenteel is de termijn om de keten van tijdelijke contracten te doorbreken nog zes maanden. De wijziging moet ‘draaideurconstructies’ tegengaan. De termijn van drie jaar gaat ook gelden voor uitzendkrachten. Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos wel zes maanden en ook voor seizoensarbeid blijven aparte regels mogelijk (een onderbrekingstermijn van drie maanden).
  • Nulurencontracten zijn niet langer toegestaan. Min-maxcontracten worden vervangen door een zogenoemd ‘bandbreedtecontract’, met een minimumaantal uren waarvoor de werkgever de werknemer moet inroosteren en een maximumaantal uren (maximaal 130% van het minimum). De werknemer mag de uren boven dit maximum weigeren. Bandbreedtecontracten voor onbepaalde tijd gaan onder de lage WW-premie vallen. Scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) mogen wel op oproepbasis blijven werken, evenals AOW-gerechtigde werknemers.