U bent hier

OR & Medezeggenschap
€ 205.000 schadevergoeding na schenden nevenwerkbeding

€ 205.000 schadevergoeding na schenden nevenwerkbeding

Met een nevenwerkzaamhedenbeding kan een werkgever een werknemer verbieden om zomaar werk voor een ander of eigen bedrijf te verrichten. In een zaak bij Rechtbank Noord-Holland kwam het schenden van dit beding een werknemer héél duur te staan.

Een projectleider was sinds 2012 in dienst bij een wereldwijd opererend bedrijf in de evenementenbranche. In zijn arbeidsovereenkomst was onder meer een nevenwerkzaamhedenbeding (tool) overeengekomen. Dit beding verbood de werknemer om tijdens het dienstverband werkzaamheden te verrichten voor een andere werkgever of opdrachtgever, en om zaken te doen voor eigen rekening.

Werkgever liet laptop van werknemer uitlezen

Op een gegeven moment werd de werkgever erop gewezen dat de werknemer ongeautoriseerde werkzaamheden uitvoerde voor een klant. De werkgever liet daarop de laptop van de werknemer uitlezen. Op de laptop stonden onder meer offertes, kostenbegrotingen en ontwerpen voor projecten van de klant, voor eigen gewin van de werknemer. In een gesprek gaf de werknemer de nevenwerkzaamheden toe, waarna de werkgever hem op staande voet ontsloeg en hem aansprakelijk stelde voor de geleden schade. De werkgever verrekende ‘alvast’ ruim € 6.000 van de schade met de eindafrekening van de werknemer en liet vervolgens conservatoir beslag leggen om verdere verhaalsmogelijkheden veilig te stellen.

Projecten zouden niet aan werkgever zijn uitbesteed

Die € 6.000 was namelijk slechts het topje van de ijsberg. Uiteindelijk vorderde de werkgever vanwege wanprestatie bijna € 228.000 van de werknemer aan gederfde winst en een aantal andere schade- en kostenposten. De werknemer vond dat hij al genoeg gestraft was door het ontslag op staande voet. Bovendien betwistte hij de omvang van de vermeende schade en dat er een verband bestond tussen die schade en zijn handelen. Volgens de werknemer had de klant uit onvrede al jaren geen opdrachten aan de werkgever verstrekt en zouden de projecten die hij op eigen titel had verricht sowieso niet aan de werkgever zijn uitbesteed.

Werknemer was zich bewust van juridische risico’s

Het stond voor de rechter als een paal boven water dat de werknemer het nevenwerkzaamhedenbeding had geschonden en in strijd had gehandeld met het goed werknemerschap (artikel). Dat er sinds 1 augustus 2022 strengere voorwaarden gelden voor het toepassen van een nevenwerkzaamhedenbeding (artikel) deed daar niets aan af. Zelfs zonder beding zou het handelen van de werknemer ontoelaatbaar zijn geweest. Uit WhatsAppberichten tussen de werknemer en een contactpersoon bij de klant bleek dat hun samenwerking al werd bekokstoofd vóór het laatste project dat de werkgever had uitgevoerd voor de klant én dat ze zich bewust waren van de juridische risico’s van hun handelen.

Verbroken samenwerking was werknemer aan te rekenen

De rechter achtte het dan ook aannemelijk dat het ‘verbreken’ van de samenwerking tussen de klant en de werkgever was ingegeven door het handelen van de werknemer en de contactpersoon. De werknemer was daarom aansprakelijk voor de geleden schade en werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de werkgever van in totaal ruim € 205.000.
Rechtbank Noord-Holland, 5 augustus 2026, ECLI (verkort): 9867