U bent hier

Organisatie & Leidinggeven
Duurzame inzetbaarheid: grote kloof tussen beleid en praktijk

Duurzame inzetbaarheid: grote kloof tussen beleid en praktijk

Een rapportage van TNO over duurzame inzetbaarheid op de werkvloer laat zien waar het al langer aan schort. Beleid voor duurzame inzetbaarheid (DI) ziet er op papier mooi uit, maar de uitvoering valt vaak tegen. Ook ontbreekt een eenduidige beeld van wat DI nu is.

De rapportage Inventarisatie Duurzame Inzetbaarheid van TNO biedt een overzicht van de kennis rondom duurzame inzetbaarheid (DI) en de ontwikkeling van beleid hiervoor. Uit de rapportage blijkt dat er geen eenduidige definitie is voor DI en dat beleid voor DI enorm verschilt. Vaak is het gericht op fysieke belasting en onregelmatig werken en minder op opleiding en ontwikkeling. Hoewel duurzame inzetbaarheid in beleid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van werknemer en werkgever, ligt de bal in de praktijk vooral bij de werknemer. Die moet eigen regie nemen: het vermogen en de bereidheid ontwikkelen om de eigen inzetbaarheid te vergroten. Of en in welke mate dit mogelijk is, hangt echter voor een groot deel af van de ruimte die de werkgever hiervoor biedt en de ondersteuning van leidinggevenden.

Winst boeken met DI bij jongeren

Ook is duurzame inzetbaarheid bij veel werkgevers vooral gericht op oudere werknemers: maatregelen om ouderen zo lang mogelijk gezond aan het werk te houden. Dat is echter een te beperkte toepassing. In veel sectoren kun je juist winst boeken door DI-beleid te richten op jongere werknemers. Zij moeten zorgen dat ze kunnen meebewegen met de snelle veranderingen waar de sector en de organisatie waarin ze werken mee te maken krijgt. Zo spelen in de bouw, het onderwijs en de zorg technologische veranderingen een grote rol, denk aan robotisering en AI-toepassingen. Wie deze niet kan bijbenen en niet leert hiermee te werken, prijst zichzelf uit de markt. Voor DI is een integrale aanpak nodig. Zo worden bij interventies vaak de werk-privébalans, de thuissituatie en de levensfase van de werknemer niet meegenomen. Terwijl deze essentieel zijn voor het succes van de maatregelen.