U bent hier

Organisatie & Leidinggeven
Geen schending wervingsbeding ondanks exodus collega’s

Geen schending wervingsbeding ondanks exodus collega’s

Met een anti-wervingsbeding kan een werkgever voorkomen dat een werknemer zijn collega’s meeneemt naar een nieuwe werkgever. In een zaak bij Rechtbank Amsterdam stond niet vast dat een werknemer verantwoordelijk was voor het vertrek van acht collega’s.

De werknemer had een topfunctie bij een multinational. Zijn arbeidsovereenkomst bevatte een geheimhoudings-, anti-wervings- en relatiebeding (tool). Op overtreding van deze bedingen stond een boete van € 25.000, vermeerderd met € 5.000 per dag dat de overtreding zou voortduren. De werkgever kwam erachter dat de werknemer zijn organisatie probeerde ‘leeg te roven’, waarna de partijen een vaststellingsovereenkomst sloten. Hierin werden de bedingen nog eens bekrachtigd. Het ontslag met wederzijds goedvinden leverde de werknemer een ontslagvergoeding van maar liefst € 500.000 op.

Acht ex-collega’s maakten dezelfde overstap

Snel na uitdiensttreding trad de werknemer in dienst bij een concurrent van de werkgever, waar hij een Nederlandse tak oprichtte. Hier gingen vervolgens acht voormalige collega’s aan de slag die recent ontslag hadden genomen bij de werkgever. Uiteindelijk stapte de werkgever naar de kantonrechter, waar hij zo’n € 1,25 miljoen vorderde van de werknemer, plus terugbetaling van de ontslagvergoeding. Volgens de werknemer had hij het anti-wervingsbeding – ook wel een anti-ronselbeding (tool) genoemd – niet overtreden, omdat hij de collega’s niet actief had geworven. Hij zou na de aankondiging van zijn vertrek zelf benaderd zijn door de collega’s en had hen slechts doorverwezen naar de moedermaatschappij. Ook het bestaan van een WhatsAppgroep waarin de massale overstap was besproken zou geen bewijs zijn van actieve werving, omdat de mensen die in de groep zaten uit onvrede al eerder van plan waren om hun baan op te zeggen.

Wel schending van relatiebeding

De berichten in de WhatsAppgroep, die meermaals van naam veranderde om de werkgever in het ongewisse te laten, werden automatisch na 24 uur gewist. Daarnaast was de groep inmiddels door alle deelnemers verwijderd. Zodoende kon niet worden vastgesteld wat er precies was besproken. Bovendien hadden alle collega’s verklaard dat ze waren overgestapt uit onvrede over de werkgever én omdat ze graag met de werknemer wilden blijven werken. Het was dan ook niet uitgesloten dat de collega’s uit eigen beweging voor de concurrent waren gaan werken. Hoewel hij zijn twijfels had, concludeerde de rechter dat de werknemer het anti-wervingsbeding niet had geschonden. Ook wat betreft de schending van het geheimhoudingsbeding ving de werkgever bot. Dat was niet het geval bij het relatiebeding; het actief benaderen van een relatie van de werkgever om tot een deal te komen, kostte de werknemer € 25.000.

€ 3,5 miljoen aan bonussen en commissies

Verder moest de werknemer de ontslagvergoeding van € 500.000 terugbetalen, omdat hij had verzwegen dat hij van plan was om concurrerende activiteiten op te starten. Ook wist hij al dat een flink aantal werknemers voor hem zouden gaan werken. De werkgever had bij een juiste voorstelling van zaken de vaststellingsovereenkomst niet gesloten, althans niet onder dezelfde voorwaarden, zo oordeelde de rechter. Een hard gelag voor de werknemer, al had hij in de twee jaar vóór zijn uitdiensttreding $ 3,5 miljoen aan bonussen en commissies ontvangen. Overigens sleepte de werkgever ook de acht overgestapte collega’s én hun nieuwe werkgever voor het gerecht, maar zonder al te veel succes. Slechts enkele werknemers werden veroordeeld tot het betalen van een boete vanwege het schenden van hun relatiebeding.
Rechtbank Amsterdam, 4 augustus 2026, ECLI (verkort): 8588