Endometriose: twistappel rond contractverlenging
Het al dan niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst is doorgaans een keuze, waarin de beslissingsvrijheid grotendeels bij de werkgever ligt. Toch is die vrijheid niet onbeperkt, zo blijkt uit een recente rechtszaak.
Een werkneemster had in haar tijdelijke arbeidsovereenkomst (tool) staan dat deze bij goed functioneren zou worden omgezet in een vast dienstverband. Bij aanvang van haar dienstverband liet de werkneemster al aan de werkgever weten dat zij met de chronische ziekte endometriose kampt, een aandoening waarbij weefsel dat lijkt op baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder groeit en onder meer ontstekingen veroorzaakt. Tijdens haar dienstverband moest ze zich dan ook diverse malen om die reden ziek melden. Hoewel de werkgever bevestigde dat het functioneren van de werkneemster goed was, werd haar contract vanwege haar veelvuldige ziekteverzuim niet verlengd. De werkneemster was het hier niet mee eens. Ze stapte naar de rechter met het verzoek om een jaarsalaris van bijna €50.000 bruto ter compensatie.
‘Veelvuldig ziekteverzuim’ in dit geval discriminatoir
De rechter stelde in de eerste plaats vast dat endometriose een chronische ziekte is en dat een opzegging die hiermee verband houdt in strijd is met de Wet gelijke behandeling chronische ziekte. Ook oordeelde de rechter dat de reden voor het niet verlengen, ‘veelvuldig ziekteverzuim’, in dit geval discriminatoir was. Het verzuim hield immers rechtstreeks verband met de chronische ziekte waar de werkneemster aan lijdt. Deze ziekte en het verzuim wegdenkend, was het contract van de werkneemster wél verlengd. Dit maakte het niet-verlengen onrechtmatig, wat de werkneemster volgens de rechter recht gaf op een billijke vergoeding (artikel). Bij het bepalen van de hoogte van zo’n vergoeding kijkt een rechter vaak naar hoe lang het dienstverband had voortgeduurd zónder de onrechtmatige opzegging. De werkneemster betoogde dat haar dienstverband dan in ieder geval nog één jaar zou voortduren en de rechter ging hierin mee.
Ziektewetuitkering en inkomensschade
Inmiddels ontving de werkneemster een ziektewetuitkering (vanwege eigenrisicodragerschap van de werkgever (artikel) werd deze uitkering door de werkgever zelf betaald), waardoor haar inkomensschade per maand €360,44 netto bedroeg. De rechter vermenigvuldigde dit bedrag met 12 maanden (zo lang had haar contract nog minimaal voortgeduurd) en kwam hierdoor uit op een vergoeding van het bruto equivalent van €4.325,28 als billijke vergoeding.
Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026, ECLI (verkort): 23160
Dit nieuwsartikel is geschreven door Amber Willemsen, advocaat arbeidsrecht bij GMW Advocaten, e-mail: [email protected]