Zelfstandigenwet introduceert ‘veilige haven’ voor zzp’er
Het conceptvoorstel voor de Zelfstandigenwet is ter internetconsultatie gepubliceerd. Het wetsvoorstel introduceert per 1 januari 2028 een nieuw wettelijk toetsingskader voor de vraag wanneer iemand als zelfstandige kan werken voor een opdrachtgever.
Al jaren probeert Den Haag met wet- en regelgeving het ‘schijnzelfstandigenvraagstuk’ op te lossen. Dat is tot op heden geen onverminderd succes, en heeft er zelfs toe geleid dat opdrachtgevers terughoudend zijn geworden om te werken met zzp’ers. In veel gevallen is dat onnodig; werken met of als zzp’er is gewoon mogelijk, maar wel onder bepaalde voorwaarden.
Zelfstandigenwet versimpelt de spelregels
De Zelfstandigenwet voegt simpelere spelregels toe aan het speelveld, om zo de terughoudendheid onder opdrachtgevers tegen te gaan én ervoor te zorgen dat zzp’ers zichzelf wapenen tegen de risico’s van zelfstandigheid. Het wetsvoorstel introduceert twee toetsen:
- De zelfstandigentoets beoordeelt of de werkende zich buiten een opdracht, dus in het algemeen, als echte zelfstandige gedraagt. Hiervoor moet de werkende voldoen aan bepaalde criteria, zoals het hebben van een KvK-nummer en BTW-nummer, aparte rekening voor zakelijke transacties en meerdere opdrachtgevers (minimaal drie in het lopende en afgelopen kalenderjaar). Daarnaast moet de werkende jaarlijks een bepaald minimumbedrag besteden aan bepaalde voorzieningen om ondernemersrisico’s af te dekken. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een pensioenvoorziening en een verzekering tegen bedrijfsaansprakelijkheid. Dit minimumbedrag wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
- De werkrelatietoets beoordeelt of de werkende zich binnen een specifieke opdracht als echte zelfstandige gedraagt. Hiervoor moeten beide partijen de wil hebben om buiten een arbeidsovereenkomst te werken. Daarnaast moet de werkende vrij zijn om te bepalen hoe, waar en wanneer hij de werkzaamheden uitvoert (locatie- en tijdsgebonden werk uitgezonderd) en het werk voor eigen rekening en risico uitvoeren.
Deliveroo-arrest blijft een rol spelen
Als aan deze toetsen wordt voldaan, is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst en kan de werkende als opdrachtnemer bij de betreffende opdrachtgever werken (hij komt dan in ‘een veilige haven’). De Zelfstandigenwet verduidelijkt dus wanneer er wél als zelfstandige gewerkt kan worden. Als er niet wordt voldaan aan één of beide toetsen, betekent dat echter niet dat er níét als zelfstandige gewerkt kan worden of dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval wordt in elk geval getoetst op de ‘gezichtspunten’ uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (artikel) voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie, zoals nu ook het geval is. De Zelfstandigenwet komt dus naast, en niet in de plaats van, het huidige toetsingskader.
Sectorale toets is komen te vervallen
Het is de tweede internetconsultatie van het wetsvoorstel. De sectorale toets die bepaalde sectoren bij voorbaat aanmerkte als gevoelig voor schijnzelfstandigheid, heeft de schifting niet gehaald. Dat geldt ook voor de Commissie Beoordeling Toetsingskader Zelfstandigenwet, die moest adviseren en beslissen over de vraag of een zzp’er als echte zelfstandige werkt voor een opdrachtgever. Belangstellenden kunnen tot en met 29 oktober 2026 reageren op het nieuwe conceptwetsvoorstel. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Er is geen overgangsrecht; de maatregelen hebben bij inwerkingtreding onmiddellijke werking.
Laagbetaalde zzp’er kan makkelijker arbeidsovereenkomst claimen
Er staan meer wijzigingen op de rol in zelfstandigenland. Zo maakt de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief (artikel) het vanaf 31 december 2026 voor laagbetaalde zzp’ers makkelijker om een arbeidsovereenkomst te claimen. Dat wordt het derde rechtsvermoeden die werkenden kunnen gebruiken voor claims.