U bent hier

Onderneming & Arbo
…
Toch vakantieopbouw met loon tijdens slapend dienstverband?

Toch vakantieopbouw met loon tijdens slapend dienstverband?

Een arbeidsongeschikte werknemer bouwt ook tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen op tegen loonwaarde. Dat concludeert advocaat-generaal De Bock in een advies aan de Hoge Raad. Het is nu afwachten op de uitspraak van de Hoge Raad zelf.

Het vraagstuk houdt arbeidsjuristen, en ook werkgevers en zieke werknemers, al langere tijd bezig. In eerste instantie was de rechtspraak verdeeld, maar gaandeweg oordeelden rechters eensgezinder dat werknemers géén vakantiedagen met loonbetaling meer opbouwen als zij na twee jaar ziekte hun recht op loondoorbetaling verliezen. De situatie waarbij een werkgever een werknemer na twee jaar ziekte bewust in dienst houdt, terwijl er geen sprake is van arbeid en loon, wordt een slapend dienstverband genoemd. Om meer zekerheid te krijgen over de vakantieopbouw tijdens een slapend dienstverband, besloot de kantonrechter in Rotterdam dit jaar om de Hoge Raad te benaderen.

Afwijking van oordelen in lagere rechtspraak

De Hoge Raad krijgt voor een uitspraak advies van een advocaat-generaal. Deze juridische specialist – ook werkzaam bij de Hoge Raad – analyseert uitvoerig de wetgeving, rechtspraak en vakliteratuur om tot een weloverwogen beantwoording te komen van de vragen die aan de Hoge Raad zijn gesteld. In de zaak over vakantieopbouw na twee jaar ziekte volgt uit deze analyse de conclusie dat werknemers wettelijke vakantiedagen blijven opbouwen en daarvoor hun reguliere loon moeten ontvangen. Daarmee wijkt de advocaat-generaal af van de ‘heersende lijn’ in de lagere rechtspraak en ook het standpunt dat het toenmalige kabinet in 2025 hierover innam.

Vakantieopbouw op basis van Europees recht

Voor het advies is gekeken naar de rechtsregels van de Europese Unie over het recht op vakantie (artikel). Hoewel geregeld is dat een werknemer voor vakantiedagenopbouw moet werken, geldt hierop een uitzondering bij arbeidsongeschiktheid. Dat de Nederlandse wet bepaalt dat de opbouw van wettelijke vakantiedagen afhankelijk is van het recht op loon en werknemers bij een slapend dienstverband dus geen dagen opbouwen, is in strijd met het Europees recht. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) volgt geen aanknopingspunt om te oordelen dat de vork anders in de steel zit. Volgens de advocaat-generaal kan over de uitleg van het EU-recht in dit geval ‘geen redelijke twijfel’ bestaan; vragen stellen aan het HvJ-EU zou overbodig zijn.

Voorlopig nog onzekerheid voor werkgevers

Op basis hiervan lijkt de kans groot dat de Hoge Raad de conclusie zal overnemen. Een zekerheid is dit echter niet, want het verleden leert dat de Hoge Raad het op arbeidsrechtelijk gebied ook weleens anders ziet dan de advocaat-generaal. Werkgevers die te maken hebben met langdurige arbeidsongeschiktheid doen er goed aan hun juridisch adviseur in te schakelen om een strategie te kiezen zolang het hoogste rechtsorgaan van Nederland niet definitief een knoop heeft doorgehakt. De meest verstandige aanpak kan per situatie verschillen en variëren van het zo snel mogelijk beëindigen van het dienstverband tot een afspraak om het arrest af te wachten.
Parket bij de Hoge Raad, 9 oktober 2026, ECLI (verkort): 984