U bent hier

OR & Medezeggenschap
…
Toelatingsstelsel WTTA: norm gelijke beloning uitgewerkt

Toelatingsstelsel WTTA: norm gelijke beloning uitgewerkt

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) introduceert per 2027 een toelatingsstelsel voor organisaties die arbeidskrachten ter beschikking stellen (uitleners). Voor toelating moet een uitlener voldoen aan een normenkader. De norm gelijke beloning is onlangs uitgewerkt.

Om personeel te mogen (blijven) uitlenen, hebben uitleners straks toelating of ontheffing nodig van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) (infographic). Voor toelating moet een uitlener onder meer voldoen aan een normenkader. Eén van de eisen in dat normenkader is dat ter beschikking gestelde arbeidskrachten gelijk of gelijkwaardig moeten worden beloond ten opzichte van werknemers in dienst bij de inlener.

Uitlener moet compensatie inzichtelijk maken

Die verplichting komt met de nodige administratieve rompslomp. Uitleners moeten namelijk een procedure hebben voor het verkrijgen en toepassen van informatie van de inlener over de waarde van alle arbeidsvoorwaarden. Daarbij moet de uitlener in elk geval 12 beloningselementen specificeren, schriftelijk of elektronisch vastleggen en herleidbaar maken naar de inlener (waarvan er veel al verplicht waren onder de inlenersbeloning). Het gaat onder meer om loon, vakantiedagen, toeslagen, kostenvergoedingen, eenmalige uitkeringen en jaarlijkse uitkeringen. Als een uitlener afwijkt van de 12 beloningselementen, moet hij per wijziging inzichtelijk maken hoe de arbeidskracht hiervoor wordt gecompenseerd en dat de waarde van het totale arbeidsvoorwaardenpakket gelijkwaardig is. De uitlener moet de arbeidskracht bij elke terbeschikkingstelling bevestigen welke arbeidsvoorwaarden bij de inlener gelden en welke arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn (inclusief eventuele compensatie).

Kritiek van ABU en NBBU

De NAU gaat de norm gelijke beloning vanaf naar verwachting 1 juli 2027 meewegen voor toelating. Daarnaast gaan inspectie-instellingen periodiek controleren of uitleners zich aan de regels houden. Uitleners die dat niet doen, riskeren schorsing of intrekking van hun toelating. De uitbreiding staat tot en met 21 oktober open ter internetconsultatie. Er kan dus nog het een en ander wijzigen. Als het aan uitzendkoepels ABU en NBBU ligt, gebeurt dat ook. Zij noemen de nieuwe verplichtingen onuitvoerbaar, waarbij vooral de verplichting om compensatie van elk afwijkend beloningselement inzichtelijk te maken het moet ontgelden.

Normenkader in lijn met Wet meer zekerheid flexwerkers

Met de wijziging wordt het normenkader in lijn gebracht met de Wet meer zekerheid flexwerkers (WMZF). De WMZF geeft uitzendkrachten per 31 december 2026 recht op ten minste dezelfde ‘essentiële arbeidsvoorwaarden’ en ten minste gelijkwaardige niet-essentiële arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst van de inlener die hetzelfde werk verrichten. Op grond van de CAO voor Uitzendkrachten (artikel) moeten de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten nu al minimaal gelijkwaardig zijn aan de arbeidsvoorwaarden van de werknemer in dienst van de opdrachtgever in een gelijke of vergelijkbare functie. Uitleners die niet onder de uitzend-cao vallen, moeten arbeidskrachten straks volgens de wettelijke basisregels voor gelijkwaardigheid belonen.

Uitleners moeten bijna in actie komen

Hoewel de WTTA (artikel) op 1 januari 2027 in werking treedt en de Nederlandse Arbeidsinspectie ‘pas’ vanaf 1 januari 2028 gaat handhaven op de nieuwe regels, moeten uitleners die personeel willen blijven uitlenen zich al in november of december 2026 aanmelden bij de NAU voor de overgangsregeling. Zij mogen dan ná 1 januari 2028 personeel blijven uitlenen, ook als ze nog niet toegelaten of ontheven zijn. Het is belangrijk dat uitleners zich aanmelden voor de overgangsregeling, omdat het voor de NAU niet haalbaar is om vóór 1 januari 2028 alle uitleners te beoordelen.