Benadeling na aanvragen van geboorte- en ouderschapsverlof
Als een werknemer gebruikmaakt van verlofrechten uit de Wet arbeid en zorg, mag hij niet hierom benadeeld worden door zijn werkgever. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde onlangs dat een werkgever dit benadelingsverbod had geschonden.
Een accountmanager van een auto-importeur had vijf maanden na zijn indiensttreding een functioneringsgesprek. Daarin kwamen een aantal aandachtspunten naar voren. In de maand erop kondigde de man aan dat hij op termijn vader zou worden van een tweeling. Hij deed hiervoor een voorstel voor ongeveer acht weken verlof en de opname van één dag ouderschapsverlof per week in het eerste levensjaar van zijn kinderen. Vervolgens uitte de leidinggevende in een gesprek zijn twijfels over de toekomst van de werknemer bij het bedrijf, omdat hij niet goed zou functioneren. De leidinggevende besloot om de arbeidsovereenkomst van de accountmanager niet te verlengen.
Negatieve opmerkingen over verlofopname
De werknemer had het vermoeden dat hij was benadeeld omdat hij gebruik wilde maken van het recht op (aanvullend) geboorteverlof en ouderschapsverlof, terwijl de Wet arbeid en zorg (WAZO) hiervoor een benadelingsverbod bevat. Naast de plotse communicatie over disfunctioneren na het indienen van het verlofverzoek, kreeg de werknemer ook negatieve opmerkingen te horen over de verlofopname. Zo zou de leidinggevende hebben gezegd: ‘Ik zie de angst in je ogen over het vaderschap.’ en ‘Ik ga persoonlijk heel veel last krijgen van jouw verlof.’ Een naaste collega deed ook een duit in het zakje: ‘Ik kan je nu alvast vertellen, jij gaat echt niet al je verlof opnemen! Want ik ga jouw werkzaamheden echt niet oppakken!’
De werknemer benaderde het College voor de Rechten van de Mens. Dit instituut kan toetsen of een werkgever een werknemer heeft benadeeld vanwege het te gelde maken van WAZO-rechten.
Werkgever kon andere bedoelingen niet bewijzen
Op basis van de feiten die de werknemer had aangeleverd, bestond het vermoeden dat de werknemer door de werkgever was benadeeld omdat hij geboorte- en ouderschapsverlof (toolbox) wilde opnemen. Het lukte de werkgever niet om dit vermoeden te weerleggen. De werkgever wist onvoldoende te onderbouwen dat er al langere tijd twijfels waren over het functioneren en de geschiktheid van de werknemer. De werkgever stelde ook dat de opmerkingen over het verlof anders bedoeld waren, maar kon dit eveneens niet goed uitleggen.
Het College concludeerde dat het verlofverzoek had geleid tot het besluit om het tijdelijke contract niet te verlengen en er dus sprake was van benadeling. Dit oordeel van het College is juridisch niet bindend, maar de accountmanager kan het wel gebruiken bij een verzoek om herstel van de benadeling of in een zaak voor vergoeding van de schade die door de benadeling is ontstaan.
Het College voor de Rechten van de Mens, 9 oktober 2026, oordeelnummer: 2026-127