U bent hier

Organisatie & Leidinggeven
…
Ontslag op staande voet na diefstal door gokverslaafde

Ontslag op staande voet na diefstal door gokverslaafde

Een werknemer werd op staande voet ontslagen nadat hij een greep uit de kas had gedaan. Zijn excuus was dat hij met een gokverslaving kampte en dus ziek was, maar in hoger beroep zag het hof geen reden om het ontslag ongedaan te maken.

De werknemer werkte als ‘afdelingsverantwoordelijke verkoop’ bij een doe-het-zelfwinkel. Op een gegeven moment werd bij een kluistelling vastgesteld dat € 7.956 ontbrak. In een WhatsAppgroep liet de werknemer weten dat hij de boel ging uitzoeken en in orde zou maken. Het kluisverschil verdween, maar er ontstonden vraagtekens rond de gang van zaken. Uit nader onderzoek, waarin onder andere camerabeelden werden bekeken, bleek dat de werknemer op verschillende dagen verschillende bedragen uit de kluis en kassa had weggenomen. Het ging in elk geval om € 8.000.

Spijt na de daad maakte geen verschil

Na een periode van geboorteverlof vond er een gesprek plaats tussen de werknemer, winkelmanager en HR business partner. Hierin erkende de werknemer te hebben gestolen. Enkele dagen later leverde hij een handgeschreven verklaring in. Daarin legde hij uit dat hij zichzelf had verloren in online gokken, al zijn geld had vergokt en enorme spijt had van het stelen. Hij zegde toe alles terug te betalen. De werkgever zag echter geen reden om hem in dienst te houden; nog dezelfde dag volgde een ontslag op staande voet. Bovendien deed de werkgever aangifte bij de politie. De werkgever en werknemer kwamen een betalingsregeling overeen.
Ook besloot de werknemer om zich bij de GGZ te melden. Door de GGZ werd een gokstoornis gediagnosticeerd, waarvoor de werknemer succesvol een behandeling van drie maanden doorliep.

Werkgever betrok de bedrijfsarts er niet bij

Hoewel de werknemer een nieuwe baan vond, begon hij een rechtszaak. Hij wilde een verklaring voor recht dat het ontslag ongeldig was en eiste ook de betaling van diverse ontslagvergoedingen (infographic). De kantonrechter wees die verzoeken af en veroordeelde de werknemer om de betalingsregeling na te komen. De werknemer was het daar niet mee eens en zocht het hogerop. De werkgever zou te laat tot ontslag zijn overgegaan én geen dringende reden hebben. Gezien de diagnose van de GGZ had de werkgever de werknemer eerst naar de bedrijfsarts moeten verwijzen.

Gegokt en verloren: ontslag was rechtsgeldig

Het gerechtshof beoordeelde of het ontslag op staande voet voldeed aan de wettelijke vereisten (artikel). Allereerst stelde het hof vast dat de werkgever voldoende zorgvuldig en voortvarend had gehandeld, voordat de werknemer werd ontslagen. Daarnaast stond het stelen vast en bestond er dus een dringende reden voor ontslag. In de handgeschreven brief had de werknemer verduidelijkt dat hij had gestolen om zijn gokverslaving te bekostigen. Hier viel niet uit te begrijpen dat hij door ziekte niet in staat was om de consequenties van het stelen te overzien en dat hij in behandeling wilde. Voor de conclusie dat het stelen voortvloeide uit ziekte ontbrak een onderbouwing. De persoonlijke omstandigheden, zoals financiële problemen en relatieproblemen, wogen niet op tegen het feit dat de werknemer in zijn voorbeeldfunctie en tegen de huisregels in heel berekend en rationeel voor een langere periode over de schreef was gegaan. Het ontslag was gerechtvaardigd.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 20 november 2025, ECLI (verkort): 3321