U bent hier

Onderneming & Arbo
Kabinet ook voorstander van meestertitel

Kabinet ook voorstander van meestertitel

Een meestertitel voor excellent vakmanschap moet ook in andere branches dan de ambachtsbranche worden ingevoerd. Dit heeft het kabinet laten weten in reactie op het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER). De SER is van mening dat de meestertitel stimulerend werkt voor uitblinkers in het mbo. Het kabinet is het daarmee eens.

Het meester-gezelopleidingsprincipe, waarbij vakkennis wordt overgedragen van meester op leerling, moet ook in andere sectoren dan de ambachtelijke sector worden toegepast. Dit blijkt uit de kabinetsreactie op het advies ‘Handmade in Holland: vakmanschap en ondernemerschap in de ambachtseconomie’ (pdf) dat de SER vorig jaar heeft uitgebracht en waarover u eerder heeft kunnen lezen in het bericht ‘Meestertitel voor talenten in mbo’. 

Meestertitel halen na diplomering

Het kabinet wil vakmanschap in alle branches stimuleren door mbo-leerlingen de mogelijkheid te bieden om na diplomering binnen hun vakgebied door te groeien naar het hoogste niveau: het meesterschap. Voor dit zogeheten excellentieprogramma is in de begrotingsafspraken 2014 met ingang van 2015 € 25 miljoen gereserveerd. Het kabinet vindt wel dat branches zelf moeten beslissen of ze de meestertitel willen invoeren. Brancheorganisaties en werkgevers moeten samen bepalen welke werknemers zich kunnen kwalificeren als meester. Ook moeten mbo-scholen samen met het bedrijfsleven afspraken maken over de meester-gezelroute.