Bedelen om coulancerente hoeft niet meer

U hoeft vanaf nu geen schriftelijk verzoek bij de Belastingdienst meer neer te leggen om rente vergoedt te krijgen die uw onderneming lijdt door schuld van de fiscus. De fiscus moet – uit klantvriendelijkheid – zelf het initiatief nemen om deze coulancerente te vergoeden. Dat staat in een aanbeveling die de Nationale ombudsman pas heeft gedaan aan demissionair minister De Jager van Financiën.

Als het onredelijk lang duurt voordat de Belastingdienst een toegezegde teruggaaf of uitbetaling op de rekening van uw onderneming overmaakt, kunt u in bepaalde gevallen een beroep doen op coulancerente. Deze vergoeding is even hoog als de wettelijke rente en is een compensatie voor de rente die uw onderneming zou hebben ontvangen van de bank als de fiscus wel binnen een redelijke termijn had betaald. U krijgt alleen coulancerente vergoedt als de fiscus niet ook al heffings- of invorderingsrente uitkeert. Een situatie waarin coulancerente kan spelen is bijvoorbeeld de terugwenteling van verliezen naar een eerder jaar. Een ander voorbeeld is de teruggaaf van onterecht ingehouden dividendbelasting.

Beleid was onredelijk

De aanbeveling van de Nationale ombudsman komt voort uit een klacht die een bv had ingediend omdat een teruggaaf van de btw onredelijk lang op zich liet wachten. Toen de bv daarna informeerde naar de mogelijkheid om hiervoor coulancerente te ontvangen, bleek dat alleen mogelijk via een schriftelijk expliciet verzoek. Dit vond de Nationale ombudsman onredelijk. Hij vond dat de Belastingdienst zelf met een aanbod voor coulancerente had moeten komen, aangezien de late uitbetaling toch de schuld van de fiscus lag. De Belastingdienst heeft inmiddels aangegeven zich aan de aanbeveling te gaan houden.
Nationale ombudsman, 18 juni 2010, 2010/159