Roosterwijziging gaat vóór privébelang

Ook als een werkgever geen eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst heeft opgenomen, mag hij onder omstandigheden de werktijden van een werknemer wijzigen. Zelfs als de nieuwe werktijden negatieve gevolgen hebben voor de werknemer. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland bepaald.

In deze zaak voerde een werkgever vanwege organisatorische redenen een roosterwijziging door. De hele organisatie kreeg een nieuw werkrooster. Voor één werkneemster betekende dit dat zij niet langer drie dagen per week van 9:00 tot 18:00 mocht werken, maar wisselende werktijden en -dagen kreeg. Voor deze werkneemster leverde dat problemen op. Als gescheiden moeder van twee kinderen die allebei een autistische stoornis hadden, was ochtend- en avonddiensten werken voor haar namelijk onmogelijk. Ook de vader van de kinderen was autistisch.

Onvoldoende rekening gehouden met privébelang

Volgens de werkneemster had de werkgever onvoldoende rekening gehouden met haar privébelang en had hij geen redelijk alternatief gegeven. Ze vond de eenzijdige wijziging daardoor onjuist. Daarnaast bevatte haar contract geen eenzijdig wijzigingsbeding. Hoewel ook de werktijden geen onderdeel waren van haar contract, waren de vaste tijden in de loop der tijd wel een verworven recht geworden en daarmee behoorden ze tot haar arbeidsvoorwaarden. De rechter moest de roosterwijziging daarom toetsen aan de norm van goed werkgever- en werknemerschap.

Marktontwikkelingen dwongen werkgever tot wijziging

De rechter beoordeelde de wijziging van de arbeidsvoorwaarden als redelijk. De werkgever werd door marktontwikkelingen gedwongen om het rooster aan te passen. Deze wijziging gold voor de hele organisatie, was in overleg met de OR tot stand gekomen en was in lijn met de cao en de Arbeidstijdenwet. Als de werkneemster haar oude rooster zou behouden, zou dat leiden tot onredelijke belasting van collega’s en mogelijk tot financiële problemen bij de werkgever. Bovendien was het privébelang van de werkneemster volgens de rechter niet groter dan dat van andere collega’s die ook kinderen hadden.
Rechtbank Midden-Nederland, 16 september 2014, ECLI (verkort): 4203