U bent hier

Onderneming & Personeel
Eigenrisicodragerschap7. Premie WGA7.1 Premiehoogte

7.1 Premiehoogte

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Arbo Rendement
Publicatiedatum: januari 2025

WGA-deel

Heeft een organisatie voor publieke verzekering van het WGA-risico gekozen, dan is het WGA-deel van de gedifferentieerde premie werkhervattingskas (Whk) verschuldigd (onderdeel van de premies werknemersverzekeringen). Deze premie bestaat verder nog uit het ZW-deel.

Het WGA-deel van de Whk-premie draagt bij aan WGA-uitkeringen voor álle werknemers: werknemers met een vast dienstverband en flexwerkers (zie paragraaf 4.1).

Grootte

premie­loonsom

bepalend voor weging

grens is opgehoogd

Hoe de Belastingdienst de hoogte van de WGA-premie berekent, hangt af van de omvang van een organisatie. Hierbij wordt de premieloonsom van twee jaar terug – in dit geval dus 2023 – gerelateerd aan het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer (€ 39.600 voor 2025):

  • Bij een premieloon van maximaal € 990.000 in 2025 is een organisatie een kleine werkgever, wat betekent dat die een sectorpremie betaalt die afhankelijk is van het arbeidsongeschiktheidsrisico in de sector.
  • Bij een premieloon van meer dan € 990.000, maar maximaal € 3.960.000 in 2025 is een organisatie een middelgrote werkgever, wat betekent dat die een gewogen gemiddelde van de sectorpremie en een individuele premie betaalt, waarbij de hoogte van het premieloon in 2025 bepalend is voor de weging van beide premiepercentages (zie onderstaand kader).
  • Bij een premieloon van meer dan € 3.960.000 in 2025 is een organisatie een grote werkgever. Een grote werkgever betaalt een individuele premie, die afhankelijk is van het arbeidsongeschiktheidsrisico in de organisatie (zie het kader rechts).

De grens tussen de categorieën kleine en middelgrote werkgevers is sinds 1 januari 2022 opgehoogd van tien keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer naar 25 keer dat bedrag.

Formule voor middelgrote werkgevers

premie­loongrens

De Belastingdienst hanteert de volgende formule voor de bepaling van het premiepercentage bij middelgrote werkgevers: (1 − C) × sectoraal premiepercentage + C × individueel premiepercentage. Waarbij C staat voor (premieloon twee jaar terug (hier dus 2023) − premieloongrens klein/middelgroot) gedeeld door (premieloongrens middelgroot/groot − premieloongrens klein/middelgroot).

controleren

risico­percentage

Aan het eind van elk jaar stuurt de Belastingdienst een mededeling (bij kleine werkgevers) of een beschikking (bij (middel)grote werkgevers) met de totale Whk-premie voor het komende premiejaar. In hoofdstuk 9 staat meer informatie over het controleren van de beschikking.

Formule voor grote werkgevers

opslag of korting

De Belastingdienst berekent het individuele werkgeversrisicopercentage voor grote werkgevers door de som van de WGA-uitkeringen aan (ex-)werknemers twee jaar terug (voor 2025 zijnde over 2023) te delen door het gemiddelde premieloon over de vijf jaar daarvoor (voor 2025 zijnde 2019 tot en met 2023). Het verkregen percentage wordt vergeleken met het landelijke gemiddelde (werkgevers)risicopercentage (0,62% in 2025). Op grond van deze vergelijking stelt de fiscus het individuele percentage naar boven of naar beneden bij. Dat gebeurt via een opslag of korting op het gemiddelde percentage. Voor de individuele WGA-premie gelden in 2025 verder de volgende grenzen:

  • een minimum van 0,20%;
  • een maximum van 3,32%.

rekening met totale lasten

andere manier

Als de organisatie eerder WGA-eigenrisicodrager was, maar ergens na 1 juli 2015 is teruggekeerd naar de publieke verzekering via UWV, houdt de Belastingdienst bij het vaststellen van de individuele premiecomponent rekening met de totale WGA-uitkeringslasten voor (ex-)werknemers over twee jaar terug. Dat betekent dat niet alleen UWV-uitkeringen meetellen, maar ook de uitkeringen uit de periode van het eigenrisicodragerschap. In paragraaf 4.1 staat meer informatie over de sectorindeling, die van belang is voor kleine en middelgrote werkgevers.

Verder zijn er situaties waarin de fiscus de Whk-premie – en dus de WGA-premie – op een andere manier vaststelt. Dat is bijvoorbeeld het geval als een organisatie gebruikmaakt van het regresrecht (zie paragraaf 7.2), bij startende werkgevers of als er sprake is van overgang van onderneming.