8.2 Consequenties
maximaal tien jaar lang
Eigenrisicodrager zijn voor de WGA houdt in dat een organisatie vanaf het moment dat een werknemer een WGA-uitkering krijgt, daar maximaal tien jaar lang de kosten voor draagt, en verantwoordelijk is voor zijn re-integratie. Dit is inclusief overlijdensuitkeringen aan nabestaanden van de werknemers met een WGA-uitkering die onder het eigen risico van de werkgever vallen.
UWV neemt stokje over
rol beperkt
Die verantwoordelijkheid blijft ook van toepassing als de werknemer uit dienst gaat of de organisatie stopt met het eigenrisicodragerschap (zie ook paragraaf 8.4). Na die periode van (maximaal) tien jaar neemt UWV het stokje van de organisatie over.
Het zelf gaan dragen van het arbeidsongeschiktheidsrisico heeft als gevolg dat de Whk-premie omlaaggaat, omdat een organisatie het WGA-deel van die premie niet meer hoeft te betalen.
Verzekering
raadzaam of noodzakelijk
Als eigenrisicodrager voor de WGA hoeft een organisatie niet per se ook daadwerkelijk zelf de lasten te dragen. De werkgever kan er namelijk voor kiezen om het WGA-risico (deels) privaat te verzekeren. In veel gevallen is dat raadzaam of zelfs noodzakelijk.
Zeker bij een kleine organisatie kan een onverwacht hogere WGA-instroom ineens voor flinke financiële problemen zorgen.
Bij de afweging van wat rond het specifieke arbeidsongeschiktheidsrisico wenselijk is en hoe de kostenafweging uitpakt, zal de grootte van de organisatie een belangrijke rol spelen.
Verzekeringspremie
niet kostenbesparend
Een verzekering voorkomt dat een organisatie zelf langdurig voor hoge kosten opdraait. Daar kan uiteraard wel een flinke verzekeringspremie tegenover staan, wat het eigenrisicodragerschap uiteindelijk misschien niet kostenbesparend maakt. Wel heeft de werkgever op die manier meer de hand in de re-integratie van de betreffende (ex-)werknemers, en kan misschien langs die weg kosten besparen.
Privaat
vaak scherpere premies
Vanwege het grote financiële risico dat het eigenrisicodragerschap met zich meebrengt, is de te maken keuze dus feitelijk tussen publiek of privaat verzekeren. Bij de private verzekering betaalt de werkgever alsnog een verzekeringspremie, alleen dan niet aan UWV. Private verzekeraars bieden echter vaak scherpere premies dan UWV als een organisatie het arbeidsongeschiktheidsrisico laag weet te houden. En door het willen concurreren met UWV en andere verzekeraars, zullen zij hun premies sowieso scherp stellen. Maar bij een stijging van de WGA-instroom zal dat ook een stijging van de private premies inhouden, waardoor een organisatie mogelijk weer duurder uit is dan bij UWV. Private verzekeraars bieden wel vaak extra dienstverlening ter beperking van de WGA-instroom vanuit een organisatie.
Keuze voor private verzekeraar
niet alleen de premie
goede vergelijking
Bij het afsluiten van een private verzekering voor het WGA-risico moet niet alleen de verzekeringspremie in de afweging worden meegenomen, maar ook wat de organisatie hier allemaal voor ontvangt van de verzekeraar en wat de voorwaarden van de verzekering zijn. Bijvoorbeeld wat de geboden dienstverlening van de verzekeraar is rond risico- en schadelastbeperking. De werkgever moet ervoor zorgen dat hij een goede vergelijking maakt tussen mogelijke verzekeraars.
Doelgroep
bepaalde werknemers
Een organisatie kan het WGA-risico dragen voor álle werknemers: zowel voor degenen met een vast dienstverband als met een flexibel dienstverband. Voor bepaalde werknemers kan een organisatie echter geen WGA-eigenrisicodrager worden. Dat is het geval voor werknemers die in dienst zijn op grond van de Wet sociale werkvoorziening (WSW). Ook personeel dat in dienst is bij een aan de organisatie verbonden rechtspersoon waaraan de uitvoering van de WSW is overgedragen, blijft onder de UWV-verzekering vallen.
Beleid
effect
Een organisatie zal als eigenrisicodrager uiteraard veel directer het effect van een goed preventie- en re-integratiebeleid voelen. Maar ook als het arbeidsongeschiktheidsrisico bij UWV verzekerd is, kan een goed beleid helpen. Een lagere instroom in de WGA heeft immers effect op de hoogte van de verschuldigde Whk-premie, afhankelijk van de grootte van de organisatie direct of indirect.
Of een organisatie er al dan niet voor heeft gekozen om de WGA-lasten zelf te dragen, werknemers zijn sowieso gebaat bij een goed preventie- en re-integratiebeleid.
Taken
UWV blijft uitvoerder
welke uitkering
Ook al is een organisatie eigenrisicodrager voor de WGA, UWV blijft de uitvoerder van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten. Dat is ook logisch, omdat het artsen en arbeidsdeskundigen zijn – onafhankelijke partijen – die moeten bepalen hoe arbeids(on)geschikt de betreffende (ex-)werknemer is en wat zijn resterende verdiencapaciteit is. Dat betekent dat UWV verantwoordelijk is bij het bepalen of de (ex-)werknemer recht heeft op een WGA-uitkering, en zo ja, op welke uitkering dan precies (zie ook hoofdstuk 6), wat de hoogte van die uitkering is en de bijbehorende uitkeringsduur.
financiële belangen
Het verschil bij eigen risico dragen is dat alle bijbehorende kosten voor de eigen rekening komen en de werkgever de uitkering dus moet betalen. Omdat hier grote financiële belangen mee gemoeid kunnen zijn, is er de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een beslissing die UWV neemt rondom de uitkering. De (ex-)werknemer zelf heeft die mogelijkheid uiteraard ook.
Let op: Zodra UWV bepaalt dat het recht op een WGA-uitkering voor een (ex-)werknemer eindigt, komt er ook een einde aan de verplichtingen rond zijn re-integratie.
Betalen
factuur van UWV
Ook als een organisatie eigenrisicodrager is, loopt uitbetaling van de WGA-uitkering via UWV. De organisatie ontvangt hiervoor vervolgens een factuur van UWV.
Het is – op verzoek! – ook mogelijk dat een organisatie als eigenrisicodrager de WGA-uitkering zelf aan de (ex-)werknemer betaalt. De organisatie moet dan de daarbij behorende administratie voeren en de werkgever declareert vervolgens bepaalde kosten bij UWV. Als de werknemer nog deels bij de organisatie werkt en loon ontvangt, is het gebruikelijk dat de WGA-uitkering ook via de organisatie loopt.
maximaal de helft
Als de (ex-)werknemer recht heeft op de loonaanvullingsuitkering (zie paragraaf 6.3), komen alleen de kosten van de vervolguitkering (zie paragraaf 6.4) voor eigen rekening. Het verschil tussen de betaalde loonaanvullingsuitkering en de vervolguitkering is bij UWV te declareren.
Verhalen
50% van verzekeringspremie
50% van fictieve premie
netto verrekenen
Als eigenrisicodrager kan een organisatie ervoor kiezen om maximaal de helft van de WGA-kosten te verhalen op de werknemers. Het betreffende bedrag wordt ingehouden op hun nettoloon. Om welk bedrag het precies gaat, hangt ervan af of het arbeidsongeschiktheidsrisico al dan niet privaat is verzekerd:
- Het risico is verzekerd: de organisatie kan maximaal 50% verhalen van de verzekeringspremie voor het WGA-risico. Hierbij telt alleen de verzekeringspremie die specifiek is bestemd voor het WGA-risico. Dus als de verzekering meer dekt dan dat, is de vraag aan de verzekeraar welk deel van de premie betrekking heeft op het WGA-risico.
- De organisatie draagt het risico zelf: de werkgever kan maximaal 50% verhalen van het zogeheten fictieve premiepercentage over het premieloon van de werknemers. Dit fictieve premiepercentage wordt (in 2025) berekend door de geschatte WGA-uitkeringen aan werknemers in 2025 te delen door het verwachte premieloon in 2025, óf door de betaalde WGA-uitkeringen aan (ex-)werknemers in 2024 te delen door het premieloon in 2024. Blijkt dat het fictieve premiepercentage op basis van de schattingen voor 2025 afwijkt van dat op basis van de daadwerkelijke cijfers over 2025, dan kan het te veel of te weinig verhaalde in 2026 netto verrekend worden met de werknemers.
Let op dat het fictieve premiepercentage aan een maximum is gebonden. Voor kleine werkgevers is dat 1,5 keer de sectorale WGA-premie die zou gelden bij publieke verzekering via UWV. Voor (middel)grote werkgevers is dat 1,5 keer de WGA-premie die zou gelden bij verzekering via UWV.
Als een organisatie er niet voor kiest om de WGA-kosten te verhalen op werknemers – want dat is geen verplichting – ziet de Belastingdienst dat niet als een fiscaal voordeel. Een organisatie hoeft het niet-verhaalde bedrag dus niet in de loonheffingen te betrekken.
Re-integratie
kosten vergoeden
Tijdens het WGA-eigenrisicodragerschap is een organisatie verantwoordelijk voor de re-integratie van de (ex-)werknemer en alle bijbehorende kosten. Bij het verzorgen van (de begeleiding van) de re-integratie kan de werkgever denken aan zaken als scholing en sollicitatietrainingen. UWV kan bepaalde kosten vergoeden, ook als de werkgever eigenrisicodrager is. Denk bijvoorbeeld aan aanpassingen aan de werkplek die nodig zijn. Verder hoeft de werknemer niet per se bij een organisatie zelf te re-integreren, maar kan (en na verloop van tijd moet) dat ook bij een andere werkgever gebeuren: de zogeheten re-integratie tweede spoor.
Hoe eerder de werknemer (meer) kan werken, hoe eerder UWV zijn WGA-uitkering naar beneden kan bijstellen en eventuele private verzekeringspremies omlaag kunnen. Dat scheelt een organisatie dus geld!
Werknemer
afspraken vastleggen
onenigheid
Een organisatie moet erop toezien dat de werknemer zich er ook zelf voor inzet weer (meer) aan het werk te kunnen en dat hij zijn re-integratieverplichtingen nakomt. Samen met de werkgever maakt hij afspraken over hoe de re-integratie zal plaatsvinden en wat het uiteindelijke doel ervan is. Die afspraken moet de werkgever schriftelijk vastleggen. Als de werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet nakomt, kan de werkgever een sanctie opleggen, zoals het korten op of schorsen van de uitkering voor maximaal acht weken. Als eigenrisicodrager voor de WGA is UWV niet nodig voor het opleggen van een sanctie. Anders dan bij de Ziektewet (zie paragraaf 5.2) kan een organisatie dan worden gelijkgesteld met een zelfstandig bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (AWB). Hierbij gelden wel diverse voorwaarden (zie het kader hierna). En UWV moet van de sanctie op de hoogte gesteld worden.
voorwaarden
Bij onenigheid over de re-integratie kan de werkgever ook samen met de (ex-)werknemer een zogeheten deskundigenoordeel aanvragen bij UWV. Daarnaast kan mediation een goed middel zijn om tot een oplossing te komen.
WGA-eigenrisicodrager als bestuursorgaan
bezwaarprocedure
eerlijk en professioneel
Om als zelfstandig bestuursorgaan op grond van de AWB te functioneren, moet een organisatie aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moet een eventuele sanctie worden opgelegd door een objectieve functionaris. Ook moet een organisatie een goede klachtenprocedure hebben. Die procedure biedt de werknemer gelegenheid tot het indienen van klachten over de gang van zaken. Verder moet een organisatie een onafhankelijke bezwaar- en beroepsprocedure hebben. De bezwaarprocedure is bedoeld voor het maken van bezwaar tegen inhoudelijke beslissingen. Bij een ongewenste uitslag van de bezwaarprocedure kan de werknemer vervolgens in beroep gaan. In de AWB staan de precieze regels voor het opzetten van zo’n klachten- of bezwaarprocedure. Een en ander moet garanderen dat de werknemer zijn recht tot het indienen van een klacht, bezwaar of beroep kan benutten en er naar aanleiding daarvan eerlijk en professioneel wordt gehandeld. Bij alle genoemde taken mag een organisatie er ook voor kiezen om ze uit te besteden.
Melding
aanvragen
Ook als eigenrisicodrager voor de WGA moet UWV weten dat een organisatie met een arbeidsongeschikte werknemer te maken heeft. De werkgever moet dat op de eerste werkdag na 42 weken ziekte melden. Als de werknemer een ziektewetuitkering ontvangt, moet de melding richting UWV echter op een ander moment (zie paragraaf 3.1). De werkgever doet die ziekmelding online via de Verzuimmelder op het werkgeversportaal van UWV of via Digipoort via de eigen administratie die is gekoppeld aan de database van UWV. Na 88 weken ontvangt de werknemer van UWV informatie over het aanvragen van een WIA-uitkering. Hiervoor moet de organisatie de nodige gegevens aanleveren (zie ook paragraaf 2.2).
De werkgever is verplicht om wijzigingen in de situatie van de organisatie of van de (ex-)werknemer door te geven aan UWV. UWV op zijn beurt informeert de werkgever bij veranderingen rond de te betalen WGA-uitkering.
Aangifte
code 40
Bij het eigenrisicodragerschap voor de WGA is de rol van de organisatie feitelijk beperkt: de organisatie betaalt de WGA-uitkering, op aangeven van UWV. Dus veel extra administratie komt daar niet bij kijken. De salarisadministrateur moet de betaalde WGA-uitkeringen in de aangifte loonheffingen verwerken, net als eventuele aanvullingen hierop die de werknemers ontvangen.
Voor de uitkering wordt dan Code soort inkomstenverhouding/inkomenscode code 40 gebruikt: Uitkering in het kader van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
Inkomstenverhouding
tegemoetkoming
Hierbij is het raadzaam om de WGA-uitkering in een andere inkomstenverhouding op te nemen dan eventueel regulier loon of reguliere aanvulling op de uitkering voor de werknemer. Daarmee voorkomt de werkgever namelijk dat UWV de uitkering meetelt voor het jaarloon van het LIV en de organisatie daardoor misschien de tegemoetkoming misloopt. Op WGA-uitkeringen die een organisatie als eigenrisicodrager betaalt, wordt verder altijd de hoge premie Aof toegepast en de lage premie Awf.
Bij een gelijktijdig eigenrisicodragerschap voor zowel de WGA als de ZW (zie hoofdstuk 5) kan het voorkomen dat een organisatie een werknemer zowel een WGA-uitkering als een ZW-uitkering moet betalen. Deze uitkeringen moeten dan in aparte inkomstenverhoudingen staan.