U bent hier

Onderneming & Fiscus
Succesvol onderneming overnemen/overdragen2. Overdracht van een IB-onderneming2.4 Doorschuiven of uitstellen van belastingheffing

2.4 Doorschuiven of uitstellen van belastingheffing

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Fiscaal Rendement
Publicatiedatum: juni 2026

drempel

Direct afrekenen over stille reserves, fiscale reserves en goodwill vormt vaak de grootste drempel bij de overdracht. De wet biedt verschillende manieren om de belastingheffing uit te stellen of te spreiden. Belangrijkste instrumenten zijn de geruisloze doorschuiffaciliteiten en de lijfrenteaftrek en – als doorschuiven niet mogelijk is – een betalingsregeling.

2.4.1 Geruisloze doorschuiving bij overdracht

zonder direct afrekenen

36 maanden

Met de fiscale regeling van artikel 3.63 Wet IB 2001 (doorschuiving naar ondernemers) kun je een onderneming of een zelfstandig deel daarvan overdragen aan een mede- ondernemer of werknemer zonder direct af te rekenen. De opvolger gaat dan verder tegen jouw fiscale boekwaarden; de belastingclaim schuift dus door. Voorwaarden voor deze regeling zijn onder meer minimaal 36 maanden winst uit onderneming genieten of een dienstverband, en een gezamenlijk verzoek bij jouw aangifte.

Doorschuiven bij achterblijvend pand

geruisloos

Een ondernemer draagt zijn onderneming over aan een werknemer. Het pand blijft achter en wordt verhuurd aan de opvolger. Volgens de Belastingdienst kan artikel 3.63 Wet IB 2001 dan niet worden gebruikt omdat de ondernemer niet alle activa overdraagt. De Hoge Raad (Hoge Raad 20 februari 2009 (ECLI (verkort): BF0389)) oordeelt anders: de ondernemer mag de regeling toepassen als het pand functioneel blijft bijdragen aan de voortzetting van de onderneming. Het pand zelf valt niet onder de doorschuiving; bij latere verkoop rekent de overdrager alsnog af. Maar de onderneming kan wel geruisloos over. Dit arrest van de Hoge Raad verruimt de toepassing van artikel 3.63 Wet IB 2001: ook als bepaalde activa achterblijven, is doorschuiving mogelijk. Hiervoor is wel vereist dat de activa functioneel verbonden blijven met de voortgezette onderneming.

2.4.2 Doorschuiving bij overlijden

voortzetten

Bij overlijden wordt de onderneming geacht te zijn gestaakt. Normaal volgt directe heffing, maar als een erfgenaam de onderneming voortzet én aan de voorwaarden voldoet, kun je de belastingclaim doorschuiven (artikel 3.62 Wet IB 2001). Dat voorkomt liquiditeitsproblemen en draagt bij aan de continuïteit van je onderneming.

2.4.3 Betalingsregeling bij schuldig gebleven koopsom

Als de geruisloze doorschuiving niet kan worden gebruikt – bijvoorbeeld omdat de opvolger niet aan de 36-maandseis voldoet – kun je onder voorwaarden uitstel van betaling aanvragen via de Invorderingswet. Dit geldt als je de koopsom schuldig blijft. De regeling biedt tijdelijk lucht, maar kent strenge eisen, zoals zekerheden en rente.

2.4.4 Lijfrente bij staking

omzetten

Als doorschuiven niet mogelijk is en je (geheel of gedeeltelijk) staakt, kun je de stakingswinst omzetten in een lijfrente. De premie is aftrekbaar tot de hoogte van de stakingswinst, binnen wettelijke grenzen.

Ook de fiscale oudedagsreserve kun je via een lijfrente afwikkelen. Je moet de lijfrente dan afsluiten bij een verzekeraar of bank, of – onder voorwaarden – bij de overnemer. De premie moet je in principe binnen zes maanden na afloop van het jaar van staking betalen.