8.2 Samenwerking
integraal
Nachtwerk vraagt om een integrale aanpak. Geen enkele partij kan dit alleen. De kracht zit in de samenwerking tussen de OR, HR, arboprofessionals en het management.
Schakel
Arbowet
werknemers
De preventiemedewerker vormt vaak de schakel tussen beleid en praktijk. Eén van de taken van de preventiemedewerker op basis van de Arbowet is het adviseren van en nauw samenwerken met arbodeskundigen (artikel 5 Arbowet) en de OR bij het nemen van maatregelen voor een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid. Is er geen OR, dan is de personeelsvertegenwoordiging (PVT) de samenwerkingspartner van de preventiemedewerker. Is er ook geen PVT, dan zijn belanghebbende werknemers degenen aan wie de preventiemedewerker adviseert en met wie hij samenwerkt. Bij nachtwerk kan de preventiemedewerker:
- in de RI&E arborisico’s in kaart brengen;
- meedenken over organisatorische maatregelen;
- signalen van werknemers verzamelen;
- bijdragen aan voorlichting en instructie.
Afstemmen
bedrijfsarts
arbodienst
Voor de OR is het goed om regelmatig af te stemmen met de preventiemedewerker over welke risico’s hij rond nachtwerk signaleert, welke maatregelen lopen en waar knelpunten blijven bestaan. En het is nuttig om de bedrijfsarts actief te betrekken als adviseur bij beleidsbesluiten over nachtwerk. De bedrijfsarts en arbodiensten beschikken over medische en wetenschappelijke expertise met betrekking tot de effecten van nachtwerk op gezondheid en veiligheid, kwetsbare groepen, effectieve maatregelen en interventies, en duurzame inzetbaarheid.
Vertalen
De samenwerking met de bedrijfsarts of de arbodienst kan bestaan uit periodiek overleg over trends in klachten en verzuim, advisering bij roosterwijzigingen, interpretatie van PAGO-resultaten, en ondersteuning bij preventieprogramma’s. HR vertaalt vaak beleid naar concrete regelingen, roosters en procedures. HR heeft daarnaast zicht op de personeelsplanning, verloop- en verzuimcijfers, opleidingsbehoeften en cao-afspraken.
Een goede samenwerking betekent gezamenlijk werken aan duurzame roosters, aandacht voor inzetbaarheid op langere termijn, borging van maatregelen in beleid, protocollen en scholing, en afstemming met cao-afspraken en wetgeving.