6.1 Inkomstenbelasting
belasting betalen
Bij een bedrijfsoverdracht aan een derde krijg je te maken met drie belangrijke onderwerpen voor de inkomstenbelasting: staking van de onderneming, aanmerkelijkbelangheffing en de terbeschikkingstellingsregeling. De fiscale regels bepalen hoe en wanneer je belasting betaalt bij de overdracht van activa of aandelen en bij het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een bv. Hierna lees je wat dit voor jou betekent.
6.1.1 Staking onderneming
afrekenen
Verkoop je jouw eenmanszaak, vof of maatschap aan een derde? Dan ziet de fiscus dat als staking van de onderneming. Je moet afrekenen over de stakingswinst. Die bereken je als volgt:
Stakingswinst = waarde in het economisch verkeer – boekwaarde van de activa en passiva.
winst uit onderneming
Tot de stakingswinst behoren ook stille reserves, fiscale reserves en goodwill. Bij staking van de onderneming wordt afgerekend over de stakingswinst. Deze winst behoort tot de winst uit onderneming en wordt belast in box 1. Dit kan flink oplopen, omdat er in box 1 een progressief tarief geldt.
Doorschuiffaciliteiten
direct afrekenen
Bij verkoop aan een derde kun je geen gebruik maken van de doorschuiffaciliteiten, zoals dat wel kan bij overdracht binnen de familie (artikel 3.63 Wet IB 2001) of bij inbreng in een bv (artikel 3.65 Wet IB 2001). Je rekent dus direct af in het jaar van overdracht. Dat kan zorgen voor een forse liquiditeitsdruk, zeker als je de koopsom niet meteen ontvangt.
Stakingsaftrek
eenmalige aftrekpost
Gelukkig zijn er faciliteiten die de belastingdruk verlichten of uitstellen. Zo is er de stakingsaftrek, een eenmalige aftrekpost van maximaal € 3.630. Je mag deze slechts één keer in je leven toepassen.
FOR
niet direct afrekenen
Heb je een fiscale oudedagsreserve (FOR) opgebouwd? Dan hoef je die niet direct volledig af te rekenen. Je kunt de FOR omzetten in een lijfrente. Daarmee stel je de belastingheffing uit naar het moment waarop de lijfrente-uitkeringen plaatsvinden. Zo spreid je de belastingdruk en bouw je meteen een oudedagsvoorziening op.
Lijfrentepremieaftrek
premie aftrekbaar
Daarnaast kun je gebruikmaken van de lijfrentepremieaftrek. Je mag een deel van de stakingswinst gebruiken voor de aankoop van een lijfrente. De premie is aftrekbaar in box 1, waardoor je stakingswinst lager wordt. De belastingheffing verschuift naar het moment van uitkering. Bij staking geldt een verruimde mogelijkheid om een lijfrente te bedingen, zodat je meer kunt aftrekken.
6.1.2 Aanmerkelijkbelangheffing
vervreemding
box 2
tbs-winst
Verkoop je de aandelen in een bv aan een derde? Dan vindt een vervreemding van jouw aanmerkelijk belang plaats. De winst – het verschil tussen verkoopprijs en verkrijgingsprijs – wordt belast in box 2 (artikel 4.12 Wet IB 2001). In 2026 is het maximale tarief in box 2 31%. Je betaalt in het jaar van overdracht, ook als je de koopsom niet direct ontvangt. Er zijn geen doorschuiffaciliteiten bij verkoop aan een derde, dus je moet direct afrekenen.
Voorbeeld
De berekening is eenvoudig: de verkoopprijs minus de verkrijgingsprijs, inclusief kosten van verwerving en eerdere bijtellingen. Voorbeeld: verkoopprijs € 1.000.000, verkrijgingsprijs € 200.000. Belaste winst: € 800.000. Tegen 31% betaal je dan € 248.000 belasting.
ter beschikking stellen
Kun je uitstel van betaling krijgen? Ja, onder voorwaarden biedt de Invorderingswet 1990 (artikel 25) uitstel van betaling. Dat is handig als de koper de koopprijs schuldig blijft en jij onvoldoende liquiditeit hebt. Let op: dit is een invorderingsmaatregel, geen fiscale faciliteit.
6.1.3 Terbeschikkingstelling
box 1
Stel je een vermogensbestanddeel, zoals een pand, ter beschikking aan een bv waarin je (of een verbonden persoon) een aanmerkelijk belang hebt? Dan geldt de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling). Het gevolg is dat de huuropbrengsten, kosten en waardeveranderingen niet in box 3 vallen, maar worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1 (artikel 3.92 Wet IB 2001). Deze regeling geldt zolang er sprake is van verbondenheid via het aanmerkelijk belang.
Verkoop
forfaitaire rendement
Wat gebeurt er bij verkoop van de aandelen en het verdwijnen van het aanmerkelijk belang? Dan eindigt de verbondenheid en vervalt de tbs-regeling. Je moet dan afrekenen over de tbs-winst: het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de boekwaarde van het pand op dat moment. Er is geen faciliteit voor uitstel; je betaalt direct in het jaar van beëindiging. Het pand verhuist daarna naar box 3. Vanaf dat moment geldt het forfaitaire rendement van box 3, ongeacht de werkelijke huurinkomsten. Dat kan gunstig zijn als je feitelijk rendement hoog is, maar nadelig als het forfaitaire rendement hoger uitvalt (waarschijnlijk gaat vanaf 2028 de Wet werkelijk rendement box 3 gelden).
Tbs-regeling eindigt niet automatisch
daadwerkelijke verkoop
Volgens de Hoge Raad (13 april 2012, ECLI (verkort): BP6667) eindigt de tbs-regeling niet automatisch bij het verlies van het aanmerkelijk belang, maar pas als het pand niet langer tot het werkzaamheidsvermogen behoort. Als je het pand na beëindiging van de verhuur aanhoudt in afwachting van verkoop, blijft het onder de tbs-regeling vallen tot het moment van daadwerkelijke verkoop én levering. Pas dan vindt fiscale afrekening plaats over eventuele waardestijgingen en stille reserves die tijdens de tbs-periode zijn ontstaan. In alle andere gevallen – bijvoorbeeld als je het pand direct voor privégebruik aanwendt – gaat het pand meteen naar box 3 en reken je op dat moment af.
Voorbeeld
verbondenheid
Jan de Vries verhuurt een bedrijfspand aan De Vries Bedrijfsauto’s bv, waarin hij een aanmerkelijk belang heeft. Op 1 juli 2026 verkoopt hij alle aandelen aan een derde. De verbondenheid vervalt, maar het pand valt nog steeds onder de tbs-regeling tot aan het moment van verkoop. Op 1 december 2026 verkoopt Jan het pand voor € 600.000, terwijl de boekwaarde € 400.000 is. De tbs-winst bedraagt € 200.000 en wordt belast in box 1. Daarna eindigt de tbs-regeling.