U bent hier

10.3 Hogerberoepsfase

Dit artikel is eerder verschenen als Themadossier Salaris Rendement
Publicatiedatum: januari 2026

bij het gerechtshof

binnen zes weken

Als de beroepsfase niet het gewenste resultaat oplevert, kan je onderneming vervolgens in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Het hof bekijkt de zaak dan opnieuw. In de uitspraak van de rechtbank op je beroep staat precies aangegeven hoe, bij welk gerechtshof en voor wanneer je ertegen in hoger beroep kunt gaan. Je moet je hogerberoepschrift indienen binnen zes weken na de dagtekening van de beslissing van de rechtbank op je beroep. Ook het einde van de hogerberoepstermijn schuift op als dit op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag valt.

Indiening

Aan een hogerberoepschrift worden dezelfde eisen gesteld als aan een beroepschrift (zie paragraaf 10.2). Qua al dan niet tijdige indiening van je hogerberoepschrift gelden dezelfde aandachtspunten als in de bezwaarfase (zie paragraaf 10.1), indiening van een pro-formahogerberoepschrift is dus ook mogelijk. Te late indiening van je hoger beroep maakt dat het gerechtshof het niet in behandeling neemt.

Verder zijn in de hogerberoepsfase ook griffierechten verschuldigd: € 147 voor natuurlijke personen (IB-ondernemers) en € 596 voor rechtspersonen (bedragen 2026).

Hoger beroep overslaan en direct in cassatie

sprongcassatie

ermee eens

Het kan zijn dat na de beroepsfase duidelijk is dat een hoger beroep nergens toe zal leiden. In dat geval kun je de hogerberoepsfase overslaan en direct in cassatie gaan: sprongcassatie. Zo verliest je onderneming niet onnodig tijd aan de hogerberoepsfase om uiteindelijk toch in de cassatiefase te komen. Zo’n situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als er nog slechts een meningsverschil bestaat over het antwoord op een zuivere rechtsvraag. Sprongcassatie is alleen mogelijk als zowel je onderneming als de staatssecretaris van Financiën het ermee eens is.