9.3 Betaalverzuim
minimaal
vervolging
Voor het niet volledig, niet tijdig of niet betalen van de verschuldigde loonheffingen kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen. De betaalverzuimboete is 3% van het nog te betalen bedrag, maar minimaal € 50 en maximaal € 6.709 (bedragen 2026). In uitzonderlijke situaties kan de boete oplopen naar 10% van het nog te betalen bedrag (maar maximaal € 6.709). Denk bijvoorbeeld aan de situatie van stelselmatig betaalverzuim. Het opzettelijk verzaken van de verplichting tot het (tijdig) betalen van de loonheffingen kan gelden als een misdrijf, wat strafrechtelijke vervolging tot gevolg kan hebben.
De Belastingdienst stelt een aangifteverzuim en een betaalverzuim los van elkaar vast. Dat betekent dat je onderneming voor één aangiftetijdvak een dubbele boete opgelegd kan krijgen, voor elk verzuim één.
Coulance
vorige betaling bepalend
boete voor volledig bedrag
Of de fiscus een verzuimboete oplegt voor het niet tijdig betalen van een loonaangifte, hangt af van de situatie:
- Je betaalt de loonheffingen te laat maar binnen de coulancetermijn van zeven kalenderdagen na de uiterste betaaldatum. In dit geval is de vorige betaling bepalend:
- Je betaalde de vorige loonaangifte op tijd en volledig: er volgt geen boete maar slechts een verzuimmededeling.
- Je betaalde de vorige loonaangifte te laat of onvolledig: er volgt een boete.
- Je betaalt de loonheffingen te laat maar deels binnen en deels buiten de coulancetermijn. In dit geval krijgt je onderneming een boete voor het volledig te laat betaalde bedrag (dus ook voor de loonheffingen die binnen de coulancetermijn zijn betaald).
- Je betaalt de loonheffingen te laat en buiten de coulancetermijn. In dit geval krijgt je onderneming een boete.
Correctie
feitelijk te laat
Als je een loonaangifte corrigeert (zie hoofdstuk 7), kan het zijn dat je onderneming loonheffingen moet bijbetalen. Die betaling is dan dus feitelijk te laat. Als je zo’n correctie op eigen initiatief doet en aan de hand daarvan alsnog het restant aan verschuldigde loonheffingen afdraagt, legt de Belastingdienst geen boete op voor dat eerdere betaalverzuim.
Vergrijp
grove schuld
In een situatie van handelen of nalaten door je onderneming waarbij er sprake is van grove schuld, (voorwaardelijke) opzet of fraude, kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen in plaats van een betaalverzuimboete. De fiscus kan een vergrijpboete ook opleggen ná het opleggen van een betaalverzuimboete voor de betreffende situatie. Die eerdere verzuimboete komt dan in mindering op de vergrijpboete.
Voor het opleggen van een vergrijpboete nadat een betaalverzuimboete is opgelegd voor de betreffende situatie, moet de fiscus over nieuwe informatie beschikken die toentertijd (direct) tot een vergrijpboete had geleid.
eerst een brief
Als de Belastingdienst je onderneming een vergrijpboete wil opleggen, ontvang je eerst een brief met uitleg waarom een vergrijp aanwezig wordt geacht in de betreffende situatie. Je onderneming kan dan op die brief reageren voordat de fiscus de boete definitief oplegt.
De vergrijpboete kan 25%, 50% of zelfs 100% bedragen van het naheffingsbedrag. Bij herhaling van het vergrijp – de zogeheten recidive – wordt de boete verdubbeld.